Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

numeriek - (door getallen uitgedrukt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

nummer zn. ‘getal, cijfer; exemplaar’
Mnl. nommeri, nomber ‘getal, aantal’ in den nomber van dertich ... excederen ‘het aantal van 30 overschrijden’ [14e eeuw; MNW], sonder nommer of ghetal ‘talloos’ [ca. 1350; MNW], uute te treckene ten nombre van acht duust ‘uit te rukken ten getale van 8000’ [1488; MNW vercleden]; vnnl. nomber, nommer, nummer ‘cijfer, getal’ in met eenige merken en nombers ... getekend ‘voorzien van een aantal merktekens en cijfers’ [1683; WNT], ‘item in een reeks’ in wat sal kosten ... nummer 12? [1697; WNT]; vnnl. ‘exemplaar van een krant of tijdschrift’ in ik meen uit een der nummers (van zeker blad) gezien te hebben dat ... [1816; WNT], ‘onderdeel van een programma, lied, muziekstuk enz.’ in tal van menschen waren reeds vóór het laatste nummer vertrokken [1889; WNT wegvloeien].
Ontleend, deels via Frans nombre ‘getal, aantal’ [ca. 1150; TLF], eerder al numbre ‘id.’ [1100-50; TLF] en ‘cijfer’ [1119; TLF], aan Latijn numerus ‘getal, aantal, onderdeel van een geheel’, verwant met → nemen.
numeriek bn. ‘in getallen uitgedrukt’. Nnl. hadden ... een numeriek overwigt ‘beschikten over een groter aantal (manschappen)’ [1832; WNT verdediging], digitale computer: verwerkt numerieke gegevens [1968; WNT Aanv. computer]. Ontleend aan Frans numérique [1616; Rey], afleiding van Latijn numerus ‘getal’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

numeriek [door getallen uitgedrukt] {1847} < frans numérique < italiaans numerico [idem], van latijn numerus [getal] (vgl. nummer).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

numeriek b.nw.
Wat uitgedruk word deur getalle.
Uit Ndl. numeriek (1847).
Ndl. numeriek uit Fr. numerique uit It. numerico uit Latyn numerus 'getal'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

numeriek (Frans numérique)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Numeriek (= Fr. numérique; Lat. númerus = getal). In een getal uitgedrukt; b.v. numerieke apertuur; numerieke waarde = getalwaarde. De term numeriek verdient de voorkeur boven numerisch.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Numeriek (< Fr. numérique; < Lat. numerus = getal). Het aantal betreffend, in getallen uitgedrukt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

numeriek ‘door getallen uitgedrukt’ -> Indonesisch numérik ‘door getallen uitgedrukt’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

numeriek door getallen uitgedrukt 1847 [KKU] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut