Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nuance - (fijne onderscheiding)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

nuance zn. ‘fijne onderscheiding’
Nnl. nuance ‘fijne kleuronderscheiding’ in drie toonen of “nuances” van de schaduw [1773; Vad.lett., 218], bijzondere tinten en nuancen [1796; WNT zwaar I], ‘klein verschil’ in nuances ... aan kleederdragten en meubelen [1803; WNT kleederdracht], ‘fijne mentale onderscheiding’ in met klein verschil van nuance in de beteekenis [1834; WNT zwirrelen], gevoel voor nuance [1899; WNT verscherpen].
Ontleend aan Frans nuance ‘fijne onderscheiding, schakering’ [1740; TLF], eerder al ‘fijn betekenisverschil’ [1663; TLF], en ‘fijne kleurschakering’ [1380; TLF], afleiding van het ww. nuer ‘overgangen vertonen, verduisteren, beschaduwen’ [1356; TLF], afleiding van nue ‘wolk, lucht, hemel’ [ca. 1112; Rey], ontwikkeld uit Laatlatijn nuba ‘wolk, sluier’, klassiek Latijn nūbēs ‘wolk, sluier, zwerm’.
Latijn nūbēs is wrsch. secundair ontstaan uit nubs en is verwant met Welsh nudd ‘mist, nevel’, Avestisch snaoða ‘wolken’ < pie. *sneudh- (IEW 978), of met → nevel, is zeer onzeker.
nuanceren ww. ‘meer onderscheid aanbrengen; verfijnen’. Nnl. nuanceren ‘schakeringen vertonen’ in deugden, die nimmer nuanceeren [1784; WNT Aanv.], ‘kleurschakering aanbrengen of vertonen’ in op bladeren van genuanceerd groen fluweel ‘... fluweel dat een iets andere nuance groen vertoont’ [1849; WNT torsade], ‘kleine onderscheidingen aanbrengen’ in dat ongelukkige nuanceren! [1865; WNT Aanv.]. Ontleend aan Frans nuancer ‘kleine onderscheidingen aanbrengen’ [1680; TLF], eerder al ‘kleurnuances vertonen’ [voor 1630; TLF], afleiding van nuance.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

nuance [schakering] {1807} < frans nuance, van nuer [schakeren, in het oudfr.: overschaduwen], van nue [wolk] < latijn nubes [idem].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

nuanse s.nw.
Fyn verskil.
Uit Ndl. nuance (1807).
Ndl. nuance uit Fr. nuance, met lg. van nuer 'skakeer', vroeër 'oorskadu', van nue 'wolk'.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

nuance schakering 1807 [WNT kleederdracht] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut