Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

notabel - (voornaam)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

notabel [voornaam] {1401-1450 in de betekenis ‘voornaam, voornaam persoon’} < frans notable [idem] < latijn notabilis [in het oog lopend, voortreffelijk], van notare [van een teken voorzien, kenbaar maken, merken, onderscheiden], van nota [(ken)teken, kwaliteit, klasse, karakter] (vgl. noteren).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

notabel bnw. znw., laat-mnl. notabel, notable ‘opmerkelijk, aanzienlijk, voornaam; voorname burgers’ < fra, notable < lat. notabilis.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

notabel bnw. znw., reeds laat-mnl. Uit fr. notable < lat. notâbilis. In ’t Hd. eerst sedert de 18. eeuw.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

notabel voornaam 1401-1450 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal