Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nota - (officieel geschrift; rekening, aantekening)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

nota zn. ‘officieel geschrift; rekening’, (BN) ‘aantekening’
Mnl. alleen de Latijnse gebiedende wijs nota ‘let op’, als notitie bij passages waarop men de aandacht wil vestigen, bijv. in Nota dit is rente [1351-1400; VMNW]; vnnl. Nota ‘let op’ [1525; WNT wellustig], dan nota ‘aantekening, lijst met aantekeningen’ in door de classes sall gaan, om de nota's te exigeren ‘door de klaslokalen zal gaan om de lijsten in te nemen’ [1607; WNT klasse]; nnl. nota ‘document, officieel geschrift’ in aan den boekhouder voor de nota van het transport ‘... voor de akte van overdracht’ [1745; WNT transport], drangredenen, geënumereert bij sekere twee notaas ‘dwingende redenen, opgesomd in twee bepaalde documenten’ [1781; WNT] ‘document waarin een financiële verplichting is vastgelegd’ in daarbij over te leggen, eene nota [1808; WNT renversaal], nota “eene rekening, factuur” [1843; WNT], ‘aantekening, notitie’ in kribbelde ... eenige nota's in mijn zakboekje [1876; WNT zakboekje].
Ontleend aan Latijn nota ‘merkteken, letterteken; aantekening’. De vorm nota ‘let op’ in de twee vroege attestaties, en ook in nota bene ‘let wel’, is de gebiedende wijs van het ww. notāre ‘aantekenen, opschrijven’, dat zelf van het zn. nota is afgeleid, zie → noteren.
Latijn nota heeft geen zekere etymologie. Schrijver (1991) stelt voor dat het woord is ontwikkeld uit *snot-ā en dan verwant is met sentīre ‘waarnemen, opmerken’, zie → sentiment. Andere reconstructies, zoals *gnot- (en dan misschien verwantschap met → kneden), *gnōt-, *gnat- of *genota, wijst hij expliciet af, evenals verband met (g)nōscere ‘bekend worden met, te weten komen’, dat verwant is met → kunnen.
Sedert het begin van de 19e eeuw bestaat de uitdrukking ergens nota van nemen ‘iets aandachtig opmerken’ [1840; WNT park].
Lit.: Schrijver 1991, 197-199

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

nota [aantekening] {1525} < latijn nota [(ken)teken, (ken)merk, letterteken] (vgl. noteren).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† nota znw., later-nnl. uit lat. nota. Vgl. noot II.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

nota s.nw.
1. Aantekening. 2. Amptelike kennisgewing.
Uit Ndl. nota (1525 in bet. 1, 1747 - 1787 in bet. 2).
Ndl. nota uit Latyn nota 'teken, kenteken'.

nota bene bw.
Let wel.
Uit Ndl. nota bene (1623).
Ndl. nota bene uit Latyn nota bene, 'n woordgroep wat bestaan uit nota, die gebiedende wyse ekv. van notare 'van 'n teken voorsien, opteken', en bene 'goed'.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

nota ‘aantekening’ -> Indonesisch nota ‘aantekening; memorandum’; Ambons-Maleis nota ‘aantekening’; Boeginees nôta ‘aantekening’; Kupang-Maleis nota ‘aantekening’; Madoerees nota ‘aantekening’; Menadonees nota ‘aantekening’; Ternataans-Maleis nota ‘aantekening’.

nota ‘rekening’ -> Indonesisch nota ‘rekening’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

nota aantekening 1525 [WNT wellustig] <Latijn

nota rekening 1843 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal