Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

normaal - (overeenkomstig de regel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

normaal bn. ‘volgens de regel, gewoon’
Nnl. normaal ‘gemiddeld, gewoon’ in de normale toestand [1847; WNT apostolisch], ‘niet afwijkend, gezond’ in de ziekelijke werking der verbeelding ... keert tot het normale peil terug [1873; WNT waanzinnig], ‘niet esoterisch’ in alle normale mogelijkheden ter verklaring [1897; WNT Aanv. impuls].
Geleerd neologisme, in het Nederlands wrsch. ontleend via Frans normal ‘gewoon, gemiddeld, volgens de regels’ [1834; TLF], eerder al ‘tot voorbeeld dienend’ [1803; TLF], en ook ‘loodrecht staand op’ [1753; Rey], en ‘regelmatig (van een werkwoord)’ [ca. 1450-65; TLF], aan Laatlatijn normalis ‘conform de regels’, klassiek Latijn nōrmālis ‘volgens een tekenhaak, rechthoekig’, afleiding van nōrma ‘regel, richtsnoer’, oorspronkelijk ‘winkelhaak, tekenhaak’, zie → norm.
In het Frans is de betekenis ‘tot voorbeeld dienend’ ontstaan door het decreet die de oprichting van de kweekscholen regelde ‘École normale’ [1790; TLF]; deze vaste verbinding is in het Nederlands ontleend als normale school ‘opleidingsschool’ [1823; WNT zonder II], later normaalschool ‘kweekschool’ [1824; Weiland].
abnormaal bn. ‘van de norm afwijkend’. Vnnl. eerst alleen nog in de vormen abnormis ‘ongepast’ [1654; Hofman], abnorm ‘id.’ [1658; Meijer], dan abnormaal ‘afwijkend’ in den normalen of abnormalen prikkel van het circulerend bloed tot het ruggemerg overbrengen [1844; WNT reflectie]. Geleerd neologisme, mengvorm van Frans anormal [1236; Rey] en Latijn abnormis, beide ‘tegen de regels’, met het voorvoegsel → ab- ‘weg van’, dat in het Frans meestal veranderde in d- als het werd gevolgd door een medeklinker. In de eerste helft van de 19e eeuw in zowel het Engels als het Duits en Frans in gebruik geraakt in vooral medische en biologische context en later ook in de psychopathologie. ♦ anormaal bn. ‘afwijkend van de norm’ Nnl. een anormaal verschijnsel [1866; WNT]. Ontleend aan Frans anormal ‘afwijkend van de norm’. Aanvankelijk af en toe in gebruik naast abnormaal, maar thans vaak gebruikt om de ongunstige, met ziekte en tegennatuurlijkheid geassocieerde, connotaties van abnormaal te vermijden. ♦ normaliter bw. ‘volgens de regels, meestal’. Nnl. normaliter ‘als zich niets afwijkends voordoet’ in ... is die normaliter, nagenoeg standvastig [1910; WNT warm], ‘gewoonlijk, doorgaans’ in drinken is normaliter een uiting van groepsleven [1964; WNT Aanv.]. Geleerd neologisme, gevormd uit Laatlatijn normalis ‘volgens de regels’ en het achtervoegsel -iter waarmee in het Latijn bijwoorden gevormd worden. Aanvankelijk een geleerd woord, maar nu frequent in gebruik met de betekenis ‘gewoonlijk, meestal’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

normaal1 [overeenkomstig de regel] {1847} < frans normal [idem] < latijn normalis [volgens een winkelhaak gemaakt, met een hoek van 90°; me. lat.: van een kloosterregel], van norma (vgl. norm).

Thematische woordenboeken

S. Theissen (1978), Germanismen in het Nederlands, Hasselt

normaal-

Sinds de jaren ’50 beschouwen Van Dale en Koenen de samenstellingen van normaal- met een substantief als germanismen (D. ‘Normal-’). De andere woordenboeken maken er principieel geen bezwaar tegen en ook Van Dale en Koenen deden dit vroeger niet!

Het lijdt trouwens geen twijfel dat sommige van deze samenstellingen helemaal ingeburgerd zijn, bijv. normaalles, -onderwijs, -school. Maar ook normaalblad, -profiel, -spoor, -woord staan is de meeste woordenboeken.

Dan rijst toch de vraag, of Van Dale en Koenen hun oordeel niet zouden moeten nuanceren: het gaat immers meestal om technische woorden die moeilijk te vervangen zijn.

In ieder geval maken de andere woordenboeken geen bezwaar tegen de nogal produktieve samenstellingen met normaal-. Er zijn er in totaal zo’n dertigtal en in elke nieuwe druk worden er weer nieuwe opgenomen.

In de kranten komt men samenstellingen met normaal- tegen, die nog in geen enkel woordenboek staan, bijv. normaallens:

‘groothoeklenzen ... normaallenzen ... speciaallenzen ...’ (Elseviers Magazine, 15.5.71, p. 111)

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

normaal ‘overeenkomstig de regel’ -> Indonesisch normal ‘overeenkomstig de regel’; Jakartaans-Maleis normal ‘gewoon, zoals het moet’; Menadonees normal ‘overeenkomstig de regel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

normaal overeenkomstig de regel 1847 [KKU] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal