Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

noppes - (onbepaald voornaamwoord)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

noppes* [barg.: niets] {noppis 1844, noppes 1906} met vergelijkbare vormen in het rotwelsch, heeft aanleiding gegeven tot diverse speculaties, waarvan het meest waarschijnlijk lijkt de herleiding tot oudhoogduits neowihts [niets].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

noppes* onbepaald voornaamwoord 1844 [MOO]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1651. Noppes,

d.i. niets, neen; zie Onze Volkstaal III, 197; Köster Henke, 48: noppes poen, geen geld; ik wou een sjaans (kans) bij haar hebben maar noppes, hoor je ('t gaf niets); Teirlinck, Barg. 49: noppis, ook noppe, hetzelfde als nobis, niets, neen, niemand, niet; Nkr. III, 3 Oct. p. 6: Onder dak voor noppes krijg je niet; Kokad. 60: In Holland kriegen de soldaten voor noppes gein; Het Volk, 25 April 1914, p. 5 k. 3: 'n Eersugduikelaar, die langs de rugge van de arrebeiers tweeduizend neut en voor noppes eerste klas reize in de wag wil sleepe; Mgdh. 139: As je nou nog 'n behoorlijk thuis had, maar noppes, hoor; Nkr. VIII, 14 Febr. p. 7: ‘Wel’, aldus de 2de sekretaris, ‘nieuws’? ‘Noppes’, was 't antwoord, we hebben een lauwDit lauw, louw, is een veel voorkomend woord voor niets, hebr. lô'; zie Langendijk, Wederz. Huw.bedrog, waar de kale Jonker zich Graaf van Habislouw noemt (vs. 580); Mgdh. 140; Menschenw. 13: Da's louw (dat is niets); Boefje, bl. 59: Op de kerremis voor louw te magge draaie; ook bl. 70: De dokter had je voor louw as je in de bos was; Köster Henke, 41: louw, niets, weinig, neen; voor louw, voor niets, gratis (vgl. voor tjomme in Jong. 236); louwloene, slechte zaken, tegenspoed (vgl. N. Taalgids X, 285); Teirl. Barg. 43; Voorzanger en Polak, 179; 185. Ook in 't Hd. law (Kluge, Rotw. 351; 382; 402). bestek gehad, er was niks te doen; Jord. II, 137; 143; Veel te duur.... dock je dat 't noppes koste?; bl. 368: Komp Jode Jet voor noppes; Handelsblad, 22 Juni 1920 (O.), p. 2 k. 6: In die kinderjaren willen we immers liefst bakketbakker worden om voor noppes te kunnen smullen; Opr. Haarl. Cour. 29 Maart 1922, p. 9 k 1: De ambtenaars bij legioenen die eischen voor ‘noppes’ pensioenen; Van Ginneken II, 127: Is de groeze mol (is het kind doodVgl. het wkw. mollen, dooden; het bnw. mol is waarschijnlijk ontleend aan het zig. mulo, dood (Ndl. Wdb. IX, 1020).)? Hij keek naar 't venster. - Noppes (neen)? In het hd. barg. komt noves en nobis in dezen zin voor (Kluge, Rotw. 159; 342; 484). De oorsprong is onbekendMet nobis, duivel en als adj. dronken zal het wel niet samenhangen (Ndl. Wdb. IX, 2028). Voor den uitgang zie V. Ginneken II, 129..

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut