Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

Noorderburen - (geografische naam)

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

Noorderburen1 (Hollands Kroon, NH)
1839-1859 Noord Burem1, 1874 Noorderburen2; noorder 'noordelijk gelegen' buren, datief meervoud van buur 'woning, klein huis' in de betekenis 'nederzetting, buurt'. Ter onderscheiding van 1839-1859 Zand Burem3.
Lit. 1GHAN 1 8, 2Gille Heringa 173, 3GHAN 1 8.

Noorderburen2 (Westerkwartier, Gr)
1867 Noordhoek1, 1899 Noorderburen2; Men zegt bi de Noorder boeren, waar de zogenaamde Noorderboeren wonen. Zou volgens deze interpretatie onjuist zijn vernederlandst, want boer is dan niet de dialectvorm van nnl. buur 'woning, klein huis', maar betekent 'landbouwer, veehouder'3. Vergelijk echter → Noorderburen1. Ter onderscheiding van → Zuiderburen1.
Lit. 1Kuyper Zuidhorn, 2Pott 251, 3De Vries 1946 167.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal