Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

noodwendig - (onvermijdelijk)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

noodwendig [onvermijdelijk] {noodwendigh 1599} < hoogduits notwendig.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

noodwendig bnw., sedert Kil. Uit het Du., waar ’t in de 16. eeuw opkomt.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

noodwendig bijv., + Hgd. notwendig: uitbreiding met -ig van noodwende = noodig. Suff. -wende (van wenden) = gekeerd tot, reikend naar, bestaande in.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

noodwendig b.nw., bw.
Wat onafwendbaar is en onvermydelik moet plaasvind, of logies onvermydelik of verpligtend vanweë die betrokke toestand.
Uit Ndl. noodwendig (1644 as b.nw., 1865 as bw.).
Ndl. noodwendig uit Hoogduits notwendig, wsk. 'n samestelling van Not 'nood, noodsaaklikheid' en wendig 'behendig, maklik veranderend'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

noodwendig (Duits notwendig)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut