Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nog - (tot op dit ogenblik)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

nog bw. ‘tot op dit ogenblik’
Onl. noch ‘tot op dit ogenblik, nog’ in unse suster is nogh weinigh ande nehauet nogh ther spunne nieht ‘onze zuster is nog jong en heeft nog geen borsten’, the genatha, the min noch beydet ‘de genade die mij nog wacht’ [beide ca. 1100; Will.]; mnl. noch, nog ‘tot op dit ogenblik; in de nabije toekomst; daarenboven’ en als versterking van een comparatief: als er nog uele decke dut ‘zoals hij nog zeer dikwijls doet’ [1200; VMNW], of ic ten wapenen noch duoge ‘of ik nog geschikt ben voor de wapenen’ [1220-40; VMNW], noch blider dan ‘nog verheugder dan’ [1220-40; VMNW], so mach ic noch genesen ‘dan kan ik nog genezen’ [1250; VMNW], noch eens ‘nogmaals’ [1265-70; VMNW], want die wolf heuet nog viele ander naturen ‘want de wolf heeft nog vele andere eigenschappen’ [1270-90; VMNW]; vnnl. nog.
Os. noh; ohd. noh (nhd. noch); ofri. noch (nfri. noch); got. nauh; < pgm. *nuh, gevormd uit *nu ‘nu’, zie → nu, nou, en het versterkingspartikel *-(u)h ‘en’.
Uit pie. *nu-kwe-, waarbij het tweede lid *-kwe ‘en, ook’ (IEW 635) correspondeert met: Latijn -que; Grieks te; Sanskrit ca; Oudiers -ch; alle ‘en’ of ‘ook’.
Gezien de etymologie van dit woord is de oorspr. betekenis (temporeel) ‘en nu’, meer in het bijzonder ‘in het verleden tot en met nu’ of ‘nu en later, in de nabije toekomst’. Al in het vroegste Middelnederlands is daarnaast de abstractere betekenis ‘daarenboven’ geattesteerd.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

nog* [tot op dit ogenblik, voortdurend] {noch, nog 1200} (de moderne spelling met g is geforceerd om het verschil met noch aan te geven) oudsaksisch, oudhoogduits noh, oudfries noch, gotisch nauh, samengesteld uit een eerste lid nu en een tweede met de betekenis van ‘en waarvoor’, vgl. noch.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

nog bijw., mnl. noch, os. ohd. noh, ofri. noch, got. nauh is ontstaan uit een idg. *nu-ke, waarvan het 1ste lid het woord nu is, het 2de het suffix, zoals ook in noch. — De spelling nog is wille­keurig en dient om het woord van noch te onderscheiden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

nog bijw., mnl. noch. Nnl. gespeld met g ter onderscheiding van noch “neque”. = ohd. noh (nhd. noch), os. noh, ofri. noch, got. naúh “nog”. Uit idg. *nu-qe; voor ’t eerste lid zie nu, voor ’t tweede noch. Ook heeft men aan identiteit met oi. nú kam, ook aan verwantschap met got. bi-naúhan (zie genoeg) gedacht. Er is weinig reden om een got. náuh aan te nemen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

nog bijw., Mnl. noch, Os. noh + Ohd. id. (Mhd. noch, Nhd. id.), Go. nauh: een samenst. met nu en de partikel -uh besproken bij noch.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

nog bw.
1. Meer, verder. 2. Op 'n sekere tydstip.
Uit Ndl. nòg (al Mnl.).
Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1961).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Nog houdt men voor samengesteld uit nu ook; de grondbeteekenis zou dus zijn: ook nu, bijv.: hij is er nog = hij is er ook nu.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

nog ‘tot op dit ogenblik, voortdurend’ -> Fries noch ‘tot op dit ogenblik, voortdurend’; Negerhollands nogal ‘tot op dit ogenblik, voortdurend’; Berbice-Nederlands noko ‘tot op dit ogenblik, voortdurend’; Skepi-Nederlands nug ‘tot op dit ogenblik, voortdurend’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

nog* bijwoord van tijd: tot op dit ogenblik, voortdurend 1100 [Willeram]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut