Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nihilist - (iemand met nihilistische opvattingen)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

nihilist: (studententaal) niet-corpslid. Als scheldwoord dateert nihilist al uit de tijd van de Franse Revolutie. In woordenboeken uit die tijd variëren de omschrijvingen van ‘politiek afzijdig’ tot ‘nergens toe geschikt’. In ‘Vaders en Zonen’ (1862) legt de Russische schrijver Toergenjev de hoofdpersoon Bazarov volgende definitie van nihilist in de mond: ‘Een nihilist is iemand die zich voor geen enkele autoriteit buigt, die geen enkel principe zomaar aanvaardt, hoeveel eerbied dat principe ook geniet.’ Zie ook knor*.

‘Nihilisten zijn papdrinkers,’ schreeuwde een ander. (J.J. Voskuil, Bij nader inzien, 1963)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

nihilist ‘iemand met nihilistische opvattingen’ -> Indonesisch nihilist ‘iemand met nihilistische opvattingen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut