Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nieuwsgierig - (alles willend onderzoeken of weten; benieuwd)

Etymologische (standaard)werken

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† nieuwsgierig, ouder-nnl. ook nieu(w)sgier. Ook ndd. tegenover hd. neugierig.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

nuuskierig b.nw.
Begerig om alles te weet.
Uit Ndl. nieuwsgierig (1658), 'n samestelling van nieuws 'nuus' en gierig, dus lett. 'gierig om nuus te hoor'. Die Afr. k vir die Ndl. g is 'n voorbeeld van dissimilasie, in hierdie geval: 'n opeenvolging van twee frikatiewe (s en g) word 'n frikatief en eksplosief.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

nuuskierig: begerig na nuus/tyding; Ndl. nieuwsgierig (reeds by Kil as nieuwsghierigh), in tweede lid val i. Afr. op k i.p.v. g (v. afrokkel).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

nieuwsgierig ‘alles willend onderzoeken of weten; benieuwd’ -> Duits dialect nieschierig ‘alles willend onderzoeken of weten, benieuwd’; Amerikaans-Engels dialect † niskeery ‘alles willend onderzoeken of weten; benieuwd’; Negerhollands noeskierig, nieuwskurig ‘alles willend onderzoeken of weten’; Berbice-Nederlands niskiriki ‘boosaardig, ondeugend’; Papiaments niuskir (ouder: nieskier) ‘alles willend onderzoeken of weten’; Sranantongo nyuskreki ‘benieuwd’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

4. Nieuwsgierig Aagje.

Deze zegswijze, zonder of met het bijvoegsel van Enkhuizen, is ontleend aan ‘T Leven en Bedrijf van Clement Marot. Uit het Fransch in het Nederduyts vertaalt Door Jan Soet’. Aan het einde volgt een ‘Bijvoeghsel, Bestaende in verscheyde Quinckslagen en aerdige Poetsen, op de voorgaende Materie dienende’ en daaronder komt in een uitgave van 1655 voor ‘het kluchtigh Avontuurtje van 't Nieuwgierigh Aeghje van Enckhuysen’Zie Tijdschrift XX, bl. 291-301 en Noord en Zuid XXVII, 283-288., waarin het wedervaren wordt geschetst van eene vrouw uit Enkhuizen, die uit nieuwsgierigheid met haar buurman, een schipper, naar Antwerpen ging en daar in deerlijke ongelegenheid geraakte. Vgl. Gew. Weuw. III, 57: Wat schepzel staat daar! ey, komt vry wat nader, Nieuwsgierig Aagjen van Enkhuizen; en Comique en vermaaklijke Boerenreis, 1804, bl. 29: 't Zal u even eens vergaan, als nieuwsgierig Aagje van Enkhuizen, daar ik van in den Almanak geleezen hebbe. Thans zegt men in Friesland nog wel: sa nijsgjirrich as Aechje fen Inkhuzen; in Groningen echter zonder dit toevoegsel: een neisgierig Oagtje; oostfri. nêsgirige âgtje (Molema, 545 a); Waasch Idiot. 157: crieuze Beth. Vergelijk hiermede andere uitdrr. als: een stijve Piet (ontleend aan een klucht van W.D. Hooft); een vroolijk Fransje (zie ald.); een Jan Splinters testamentUit de klucht: het Testament van Jan Splinter, een waerachtighe historie, enz. o.a. reeds uitgegeven door den verzamelaar der Veelderhande Geneuchlijcke Dichten, anno 1600 (ed. Letterk., bl. 199); zie Tijdschrift XVIII, bl. 210-215, waar bewezen wordt, dat dit verhaal reeds in het begin der 16e eeuw bekend geweest is., die eveneens aan oude tooneelstukken of verhalen ontleend zijn.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut