Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

neven - (naast, bij)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

neven vz. ‘naast, bij’
Mnl. neven ‘naast’ in neven dies clais lene of oest alf ‘naast het land van deze Klaas aan de oostzijde’ [1267; VMNW], neuen marasche ‘nabij het moeras’ [1287; VMNW], neffen der muyeren ‘naast de muren’ [1479; MNW-P].
Verkorting van *in even ‘op gelijk niveau’, dus uit → in en → even 1.
Os. an eban; ohd. ineben, neben (mhd. eneben, neben, nhd. neben); oe. on efn (me. anent); ofri. newen, niōn (nfri. njonke(n) < *newen-like); alle ‘naast, bij enz.’.
De gewone vorm van dit voorzetsel was mnl. neven. Onder invloed van neffens (zie → nevens) ontstond daarnaast de bijvorm neffen.
Als voorzetsel is neven verouderd. Het bestaat nog wel in enkele samenstellingen, bijv. in het nevenstaand adres ‘het hiernaast gedrukte adres’ [1813; iWNT], De voegwoorden [worden] verdeeld in twee soorten: in nevenschikkende ... en onderschikkende [1846; iWNT], neven-effectwerking [1918; Groene Amsterdammer], de talrijke nevenvormen en verbasteringen (van een woord) [1923; Vaderland], talrijke nevenfuncties [1946; iWNT assurantie], een nevenproduct der ruwijzerbereiding [1954; iWNT]. Het voorkomen van dergelijke samenstellingen staat mogelijk onder invloed van Hoogduits neben- met dezelfde functie.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

neven* [naast] {neven, neffen 1267} is blijkens oudsaksisch an eƀan, oudhoogduits ineben, oudengels on efn gevormd van in even [op gelijk niveau] (vgl. even).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

neven- (Duits Neben-)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

neven- ‘bij-, hulp-’ -> Indonesisch néven ‘tak; hulp-; hulpmiddel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

neven* voorzetsel 1267 [CG I1, 102]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut