Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

neut - (klein (oud) vrouwtje)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

neut2* [klein (oud) vrouwtje] {neutken [oud vrouwtje] 1599} vgl. hoogduits Nössel [kleine maat]; etymologie onzeker, vermoedelijk betekent het woord ‘notendop’, vgl. neutje.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

neut 2, neute znw. v., (zuidnl) ‘oud vrouwtje’, Kiliaen neutken. Daarnaast vinden wij ook vormen als neutel en neuter. — Wellicht zijn te vergelijken on. hnūtr ‘beenknobbel’, hnūta v. ‘eindstuk van een been; verdikking aan de breukplaats van een been’. Indien men bij dit tamelijk geïsoleerde woord denken mag aan een germ. nieuwe formatie, dan kan men denken aan een wisseling van *hnū̆ta met *knū̆ta (vgl. J. de Vries, IF 62, 1956, 138) en dus verbinden met knot, — Zie ook: neutelen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

neut 1 v. (oudje), behoort bij neutelen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut