Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

neushoorn - (hoefdier)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

neushoorn* [zoogdier] {1766} vertaling van latijn rhinoceros (vgl. rinoceros).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

neushoring s.nw.
Renoster.
Uit Ndl. neushoorn (1666).
Ndl. neushoorn uit neus en hoorn, as leenvertaling van Latyn rhinoceros 'neushoring', met lg. uit Grieks rhinokeros, 'n samestelling van rhino 'neus, snoet' en keras 'horing'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

neushoorn (vert. van Grieks rinokerōs)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

neushoorn* hoefdier 1691 [Sewel]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut