Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

neigen - (neerwaarts (doen) buigen, overhellen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

neigen ww. ‘neerwaarts (doen) buigen, overhellen’
Onl. neigon ‘buigen’ in Neige mi ora thin ‘neig Uw oor tot mij’ [10e eeuw; W.Ps.], her neyget sich nah uns ‘hij buigt zich naar ons’ [ca. 1100; Will.]; mnl. neigen ‘overhellen, zich overgeven aan’ in Dat wy ons te seer neyghen ... mit ghenuechten ‘dat we ons te veel overgeven aan geneugten’ [ca. 1400; MNW].
Os. gi-hnēgian; ohd. neigen; oe. hnǣgan; on. hneigja (nno. neie); alle ‘buigen, neigen’; got. hnaiwjan ‘vernederen’; < pgm. *hnaigw-jan-, het causatief bij → nijgen.
In het Middelnederlands werd dit woord ook onovergankelijk gebruikt en kreeg het deels dezelfde betekenis als mnl. nighen ‘buigen’. Er ontstond vervolgens een nieuw betekenisonderscheid: mnl. neighen > nnl. neigen kreeg vooral de overdrachtelijke betekenis ‘overhellen tot een bepaald gevoel, denkwijze e.d.’, terwijl mnl. nighen > nnl. nijgen overwegend de ruimtelijke betekenis ‘een buiging maken uit eerbetoon’ behield. Voor de meer algemene betekenis bleef het werkwoord → buigen in gebruik.
geneigd bn. ‘overhellend tot een gevoel, denkwijze e.d.’. Mnl. so wart ons here gheneyget saen toet sier groter ontfarmechheiden ‘werd onze Heer spoedig bewogen tot zijn grote barmhartigheid’ [1276-1300; VMNW]. Het verl.deelw. van neigen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

neigen* [buigen] {oudnederlands nêige [neig!] 901-1000, middelnederlands ne(i)gen} oudsaksisch gihnegian, oudhoogduits (h)neigen, oudengels hnægan, oudnoors hneigja [buigen], gotisch hnaiwjan [vernederen]; vermoedelijk causatief bij nijgen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

neigen ww., mnl. neighen ‘neerbuigen, zich buigen’, onfrank, neigen, os. gihnēgian, ohd. neigen, oe. hnægan, on. hneigja ‘buigen, neigen’, got. hnaiwjan ‘vernederen’. — Het beste op te vatten als causatief bij nijgen, hoewel men ook kan denken aan een denominatief van het bnw. oe. hnæg ‘gebogen’, got. hnaiws ‘laag, nederig’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

neigen ww., mnl. neighen (trans. en intrans.). = onfr., ohd. (nhd.) neigen, os. (gi-)hnêgian, ags. hnæ̂gan, on. hneigja “buigen, neigen”, got. hnaiwjan “vernederen”. Causatief-formatie bij nijgen of denominativum van got. hnaiws “laag, nederig”, ags. hnâg “gebogen”. Alleen uit ’t Got., Ags. en Onfr. — hier wsch. door een toevalligheid der overlevering — is ’t ww. uitsluitend in trans. bet. bekend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

neigen o.w., + Hgd. id.: als factit. gevormd van denz. stam als ’t enk. imp. van nijgen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1neig ww.
1. Voorkeur aan 'n bepaalde beskouing of opvatting gee. 2. 'n Bepaalde, hoofsaaklik negatiewe eienskap of gewoonte vertoon.
In bet. 1 uit Ndl. neigen (al Mnl.). Bet. 2 het in Afr. self ontwikkel. Die bet. van neig (1neig) en neig (2neig) loop deurmekaar, en sommige woordeboeke maak nie meer die onderskeiding nie, terwyl ander onderskei tussen neig en nyg. Ook etimologies is daar 'n verband, en Mnl. neigen is wsk. 'n kousatief by Mnl. nigen 'neig'.
Vgl. 2neig.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

neig: (neer)buig; Ndl. neigen (Mnl. neighen, “(neer)buig”), Hd. neigen, misk. kous. v. nyg (q.v.).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

neigen* buigen 0901-1000 [WPs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut