Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

negerin - (vrouwelijke neger, donkere vrouw)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

neger zn. ‘donkerkleurige persoon’
Vnnl. eerst de vorm negro ‘neger, zwarte slaaf’ in de swarte Emanuel ... den anderen negro [1602; WNT kameraad], dan neger ‘zwarte slaaf’ [1644; Van Donselaar 1997a], sijne negers ... aan 't werck te setten [1669; WNT zondags]; nnl. neger ‘zwarte inwoner van Afrika’ in een neger van Guinea [1708; WNT pauk], ‘persoon met Afrikaans bloed’ in de segregatie en discriminatie der negers [1955; WNT segregatie].
De oude vorm negro is ontleend aan Spaans of Portugees negro ‘zwarte, neger’ [15e eeuw; Corominas], zelfstandig gebruik van het mannelijk bn. negro ‘zwart’ [12e eeuw; Corominas] < Latijn niger ‘zwart’, dat van onbekende herkomst is; er bestaat ook geen gemeenschappelijk Indo-Europees woord voor ‘zwart’. De vorm neger is misschien ontleend aan Frans nègre ‘zwarte’ [1523; TLF]. Een andere mogelijkheid is dat neger is ontstaan als vervorming van negro, misschien onder invloed van Frans nègre.
negerin zn. ‘vrouwelijke zwarte’. Vnnl. negrinne ‘zwarte slavin’ [1636; Van Donselaar 1997a]; negerin ‘zwarte slavin’ in vyf negerinnen ... tot dezen arbeidt [1772; Vad.lett., 18], ‘zwarte inwoonster van Afrika’ in de negerin, ofwel de Guineesche vrouw van Van C. [1785; WNT vrouw]. Afleiding met het achtervoegsel → -in van neger.
Lit.: J. van Donselaar (2002), ‘Surinaamse connotaties bij het woord neger’, in: Trefwoord 2002

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

negerin’ (de, -nen): zie neger*. Van alle drie de genoemde bet. komt ook de vrouwelijke vorm voor. Oudste vindpl. van bet. 3, dus ’slavin’: Doe toe de Kist, laat ons gaan en neemt met jou zeszen de Kist op. Waar zyn al die Neegers* en Negerinnen? Loop jylui by hoopen agter het Lyk en de Huilders* voor uit en vergeet jelui niemendal (Pieter van Dyck, 2e helft 18e eeuw, cit. volgens Lichtveld & V. 247).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

negerin ‘vrouwelijke neger, donkere vrouw’ -> Negerhollands neegerin, negrinne ‘vrouwelijke neger, donkere vrouw’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal