Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

negeren - (doen of iemand of iets niet bestaat)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

negeren ww. ‘doen of iemand of iets niet bestaat’
Vnnl. negeren alleen in de betekenis ‘de waarheid van iets ontkennen’ in niemant en mach negeren dat ... ‘niemand kan ontkennen dat’ [1581; WNT]; nnl. negeren ‘ontkennen’ [1824; Weiland], dan de betekenis ‘doen of iets of iemand niet bestaat’ in jeremiëeren, ... 't weinig goeds negeeren [1848; WNT jeremieeren], (iedereen) negeerde den ... armen dichter [1883; Groene Amsterdammer].
Ontleend aan Latijn negāre ‘nee zeggen, ontkennen, loochenen’, dat een afleiding is van nec, ouder Latijn neg ‘nee’, verwant met → nee(n).
negatie zn. ‘ontkenning; ontkennend element’. Nnl. negatie ‘ontkenning’ [1824; Weiland], het burgerlijk huwelijk niet als negatie van ... het kerkelijke [1881; Groene Amsterdammer], ‘ontkennend woord of element’ in een zin met een dubbele negatie [1911; WNT]. Ontleend, via Frans négation ‘ontkenning’, ouder negatiun ‘ontkenning’ [1174; TLF], aan Latijn negātiō (genitief -iōnis) ‘ontkenning’, afleiding van negāre ‘ontkennen’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

negeren [doen of iets of iem. niet bestaat] {1581 in de betekenis ‘ontkennen’; de huidige betekenis 1864} < latijn negare (vgl. negatie).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

negeren 2 ww. uitspr. negéren < lat. negare ‘ontkennen’. De oude bet. van negeren is ook ‘ontkennen’, dan ‘doen of iemand niet bestaat’ (deze bet. eerst in de 19de eeuw).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

negeeren ww. In de bet. “loochenen, ontkennen” in of vóór de 16. eeuw ontleend uit lat. negâre. De tegenwoordige bet. eerst in de 19. eeuw.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

negeren o.w., denom. van neger; vergel het synon. turken.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

negeer ww.
Buite rekening laat, ignoreer, ontken.
Uit Ndl. negeren (1864). Die oudste bet. (1581) van Ndl. negeren was 'die waarheid van 'n stelling ontken', waaruit die huidige bet.
Ndl. negeren uit Latyn negare 'nee sê, ontken'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

negéren (Latijn negare)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

negeren doen of iets of iem. niet bestaat 1864 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut