Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

necromantie - (dodenbezwering)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

necromantie [dodenbezwering] {1824} < frans nécromancie < latijn necromantia, naast middeleeuws latijn nigromantia (vgl. nigromantie), gevormd van grieks nekros [lijk] + manteia [het voorspellen, orakel] (vgl. -mantie), dus eigenlijk: het oproepen van doden om de toekomst te voorspellen; blijkens de vormen is reeds in de Middeleeuwen volksetymologische verwarring opgetreden met niger [zwart], door de gedachte aan zwarte kunst.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

nigermanse, zn.: toverij. Mnl. nigromantie ‘duivelbezwering, zwarte kunst’, Vnnl. negromantie ‘necromantia, psychomantia’ (Kiliaan). In ‘Mariken van Nieumeghen’ (ca. 1520) vraagt Mariken aan Moenen of hij haar niegermansie, nighermancie wil leren. Ofr. nigromancie, Fr. nécromancie < Lat. necromantia, samengesteld uit nekros ‘lijk’ en manteia ‘het voorspellen’. Het ging er dus om, de doden op te roepen om de toekomst te voorspellen. De verschuiving naar nigro- wijst op volksetymologische associatie met niger ‘zwart’, vgl. zwarte kunst.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

negemasije (G), zn. v.: zwarte kunst. In Mariken van Nieumeghen (1485-1510) zegt Mariken: 'Nigremansie, dats een const, die ghenoechelijck is', maar dat wijst de duvel af, want 'haer nighermancie te leeren, dare en come ic niet an'. 1796 negermansije, Gent (LC). Fr. nécromancie < Mlat. necromantia < Gr. nekromanteia. Manteia 'voorspelling', Lat. niger 'zwart'.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

eggermentie, zn. v.: toverij. Door verkeerde scheiding van de n < neger-mentie, Ndl. necromantie < Fr. nécromancie < Lat necromantia. Samenst. van Gr. nekros ‘lijk’ en manteia ‘het waarzeggen’. De oorspr. bet. is dus ‘voorspellen door doden op te roepen’, vandaar ‘toverij’. De Wvl. vorm met g < Mnl. nigromantie wijst op associatie met Lat. niger ‘zwart’, dus als ‘zwarte kunst’. In ‘Mariken van Nieumeghen’ vraagt Mariken aan de duivel om haar nigremansie te leren. De Bo vermeldt ook de afl. eggermansier, armensier ‘tovenaar, goochelaar’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

necromantie ‘dodenbezwering’ -> Indonesisch nékromansi ‘dodenbezwering’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut