Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

navenant - (in evenredigheid, naar verhouding)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

navenant bw. ‘in evenredigheid, naar verhouding’
Mnl. avenant ‘evenredig aandeel’ in in avenant ghelijc den ghelde van ... ‘naar evenredigheid van het bedrag van’ [1280; VMNW], in avenante vanden lakene dat ghestolen was ‘naar verhouding van het gestolen laken’ [1370; Debrabandere 1994, 288]; vnnl. navenant ‘naar verhouding’ in navenant dat de materie seer of lettel gecorrompeert es ‘al naar gelang de stof meer of minder beschadigd is’ [1514; MNW]; nnl. ook al navenant [1861; WNT].
Navenant wordt gewoonlijk verklaard als samentrekking van na avenant (FvW, NEW, Toll., EDale), terwijl Vercoullie het afleidt van op zijn-avenant. Blijkens de oudste attestaties is navenant veeleer door verkeerde woordscheiding gevormd uit in avenante ‘in een evenredig deel, naar verhouding’, ontleend aan Oudfrans à l'avenant ‘naar verhouding’. Frans avenant ‘passend’ is het teg.deelw. van avenir ‘passen, aankomen’ < Latijn advenīre ‘aankomen, ten deel vallen’, dat gevormd is uit → ad- ‘naar’ en venīre ‘komen’, zie → komen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

navenant [overeenkomstig] {1514 in de betekenis ‘in evenredigheid, naar verhouding’} samengetrokken uit na avenant [naar verhouding], middelnederlands a(d)venant [evenredigheid, verhouding] {1438} < oudfrans avenant, eig. teg. deelw. van avenir < latijn advenire [aankomen, naderen], van ad [naar] + venire [komen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

navenant bijw. en reeds 1514 ook als voorz. gebruikt ‘naar verhouding van’ < nâ avenant, waarvan het 2de lid is mnl. avenant ‘verhouding, evenredigheid’ < fra. avenant, deelw. van avenir < lat. advenīre. — De vorm nâ avenant, naast in avenant en te avenante is ontstaan naar het voorbeeld van fra. à l’avenant.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

navenant bijw., reeds 1514 als voorz. = “naar verhouding van”. < nâ avenant adverbiale uitdr. “naar verhouding”, uit na I “naar” en mnl. avenant “verhouding, evenredigheid” < fr. avenant (deelw. van avenir > lat. advenîre). Mnl. nâ avenant, ook in avenant, te avenante naar fr. à l’avenant.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

advenant bijv., uit Fr. advenant, avenant, teg.d. van advenir, Lat. advenire, gevormd met ad (z. togen), en venire = komen (z.d.w.); dus = wat bijkomt, wat goed bijkomt, wat past; verg. bekwaam van bekomen.

navenant bijw., z. avenant; de prothet. n komt van op zijn-avenant.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

naovenant (vw.) naar verhouding; Vreugmiddelnederlands avenant <1280> < Frans avenant.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

avenaant, bn.: voorkomend, betrouwbaar. Fr. avenant ‘innemend, bevallig, vriendelijk’, teg. dw. van Ofr. avenir < Lat. advenire.

naverant, bn.: navenant. Door wisseling n/r of door interpretatie als naverhand.

venant, bw.: naar verhouding. Door aferesis uit navenant < Mnl. in avenante < Fr. à l’avenant ‘naar verhouding’.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

navenant (van Frans à l’avenant)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

navenant ‘bijwoord van modaliteit: overeenkomstig’ -> Duits dialect novenant, no Fernant, no 't Fernant ‘bijwoord van modaliteit: overeenkomstig; naar believen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

navenant bijwoord van modaliteit: overeenkomstig 1514 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal