Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nauwelijks - (amper, met moeite)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

nauwelijks bn. ‘amper, met moeite’
Mnl. nauweleke ‘nauwlettend, nauwgezet’ [1240; Bern.], nauwelike ‘krap, met moeite’ in Dat (lees Dar) si nauwelike ... Bi leueden cume .xxx. daghe ‘waar ze met moeite amper 30 dagen van konden leven’ [1285; VMNW]; vnnl. nauwelijcs ‘krap, met moeite, amper’ in dat zy nauwelijcx de cost gecrighen en moghen ‘dat ze nauwelijks erin slagen de kost te verdienen’ [1512; MNW nauwelike], nauwelicks ‘met moeite’ [1573; Thes.].
Afleiding van → nauw met het achtervoegsel → -lijk en bijwoordelijke → -s.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

nauwelijks* [amper] {nauwelijcs 1512} met het bijwoorden vormende achtervoegsel s gevormd van middelnederlands nauwelike [nauw] {1201-1250}.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

nauwelijks

Nauw betekende oorspronkelijk: gierig, schriel. Iemand nauw houden werd gebruikt in de zin van: iemand kort houden, hem niet veel (financiële) vrijheid laten. Nauwelijks betekent dan ook: met moeite, bijna niet en, als het betrekking heeft op de tijd: pas. Men zegt: hij is nauwelijks volwassen. In de laatste tijd is het gewoonte geworden nauwelijks te gebruiken in de zin van het Engelse hardly: bijna niet, dat ook betekent: eigenlijk niet heel. That is hardly fair wordt dan vertaald door: dat is nauwelijks behoorlijk. Men gaat zelfs zeggen: nauwelijks iemand in plaats van: bijna niemand en: dit zal nauwelijks de bedoeling zijn geweest voor: dit zal waarschijnlijk niet de bedoeling zijn geweest. Men hoede zich voor deze anglicismen!

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

nauwelijks bijw., sedert ± 1500 met adverbiale s gevormd van mnl. nauwelīke ‘nauw, streng, met moeite, nauwelijks, nauwkeurig, bekrompen’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

nauwelijks bijw., sedert ± 1500. Met adverbiale s voor mnl. nauwelîke “nauw, streng, met moeite, nauwelijks, nauwkeurig, bekrompen”. Een ook mhd., mnd. bijw.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

nouliks bw.
1. Skaars of byna nie. 2. Pas.
Uit Ndl. nauwelijks (ongeveer 1540 in bet. 1, 1555 in bet. 2), 'n afleiding met -s van Mnl. nauwelike 'nou'. Nauwelijks is reeds in 1512 opgeteken in die bet. 'met groot moeite'. In bet. 1 het die gedagte aan moeite en inspanning al vervaag.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

nauwelijks ‘eigenlijk niet erg’ (bet. van Engels hardly)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

nauwelijks* bijwoord van hoeveelheid: amper 1512 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut