Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

natrium - (scheikundig element)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

natrium zn. ‘scheikundig element (Na)’
Nnl. natrium [1846; WNT wonderzout].
Ontleend aan Neolatijn natrium, in 1813 als naam voor het zuivere element geïntroduceerd door de Zweedse scheikundige Jöns Jacob Berzelius (1779-1848). Het is gevormd met het achtervoegsel -ium, zoals de meeste wetenschappelijke elementnamen, bij het in 1797 door de Duitse scheikundige Martin Heinrich Klaproth (1743-1817) voorgestelde woord natron ‘minerale potas’. Natron was eerder een van de namen die Europese alchemisten gaven aan potas, een stof die werd verkregen door het logen en drogen van verbrand organisch materiaal en die bewaard werd in potten om hem droog te houden. Het woord natron is ontleend aan Arabisch naṭrūn ‘potas, soda’, zelf een leenwoord uit Grieks nítron ‘id.’, dat op zijn beurt via een Semitische taal teruggaat op Oudegyptisch nṭrj ‘id.’.
Eerdere namen voor het zuivere element waren o.a. sodium (Sir Humphry Davy, 1807) en natronium (Ludwig Wilhelm Gilbert, 1809). Sodium werd de gewone naam voor ‘natrium’ in het Engels en is ontleend door het Frans en de andere Romaanse talen. Onder Duitse invloed is natrium de wetenschappelijke naam en de gewone naam in de meeste andere talen geworden. Voor het pas in de 18e eeuw wetenschappelijk erkende onderscheid tussen potas (kaliumcarbonaat, K2CO3) en soda (natriumcarbonaat, Na2CO3) zie → kalium.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

natrium [chemisch element] {1846} < modern latijn natrium, gevormd van natron.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

natrium (modern Latijn natrium)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Natrium (Na, 11). Het carbonaat werd in de oudheid gebruikt in de glasfabricatie, b.v. bij Egyptenaren en Babyloniërs. Ook bij de Hebreeën was het bekend als reinigingsmiddel (nether). Van de Levant uit werd de soda in de Middeleeuwen in Europa bekend. Hij werd verkregen uit de as van sommige planten (b.v. salsola). De soda werd dikwijls met potas verward. Eerst Duhamel de Monceau (1700—1781) maakte in 1736 tussen beide duidelijk onderscheid. Het metaal natrium werd in 1807 door Davy (1778—1829) geïsoleerd. De naam natrium werd in 1810 door Klaproth (1743—1817) in de vaktaal ingevoerd. De namen natron of natrium ontstonden in het patois van het Oosten uit Lat. nítrum (= salpeter; Eg. ntr; Hebr. nether; Gr. νίτρον (nítron)). De door Davy in 1807 voorgestelde naam sodium, die nog in de Engelse en Franse talen gebruikt wordt, is afgeleid van Ital. soda (Lat. sólida = fem. v. sólidus = hard), zo genoemd wegens de hardheid van de producten die uit bovengenoemde plantenas werden verkregen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

natrium ‘chemisch element’ -> Indonesisch natrium ‘chemisch element’; Japans natoryūmu ‘chemisch element’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

natrium chemisch element 1846 [WNT wonderzout] <modern Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut