Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nationaal - (betreffende de gehele natie, landelijk, binnenlands)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

nationaal bn. ‘betreffende de gehele natie, landelijk, binnenlands’
Vnnl. nationaal ‘het geheel der zeven provinciën betreffende’, aanvankelijk vooral in de vaste verbinding Nationale Synode ‘kerkelijke vergadering met vertegenwoordigers van de Zeven Provinciën’ [1583; iWNT verzamelen]; nnl. nationaal ‘betreffende de natie’, i.h.b. ‘tot de eigen natie behorend, binnenlands’ in nationaale kleeding (m.b.t. Indische volken) [1701; iWNT kleeding], ‘tot de gehele natie behorend, landelijk’ in de nationaale Trouppes ‘het nationale leger’ [1704; iWNT leverantie], dat ieder volk een nationaal character heeft, dat het zelve van alle anderen onderscheid [1732; iWNT uitschudden], eenige voorname takken der Nationale Huishoudinge [1770; iWNT werktuiglijk], nationale schrijvers ‘Nederlandse schrijvers’ [1784; iWNT].
Ontleend aan Frans national ‘betreffende de natie’ [1534; Rey], afleiding van nation ‘natie’, zie → natie.
nationaliseren ww. ‘tot staatseigendom maken’. Nnl. nationaliseren (van personen) ‘het burgerrecht geven’, (van zaken) ‘tot staatseigendom maken’ [beide 1824; Weiland], voorstanders van het zoogenaamd nationaliseeren van den grondeigendom [1883; Groene Amsterdammer]. Ontleend aan Frans nationaliser ‘tot staatseigendom maken’ [1793; Rey], afleiding van national. ♦ nationalisme zn. ‘(overdreven) vaderlandsliefde’. Nnl. nationalisme ‘nationale zelfstandigheid’ in een volk dat strijdt voor zijn nationalisme, voor 't behoud van zijn landaard en zijne taal (over de Vlamingen) [1880; Groene Amsterdammer], ‘vaderlandsliefde’ in het nationalisme, dat door het Kabinet Taaffe steeds is aangemoedigd [1885; Groene Amsterdammer]. Ontleend aan het Frans nationalisme ‘vaderlandsliefde’ [1798; Rey], afleiding van national met het achtervoegsel -isme, zie → -isme.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

nationaal [volks-, staats-] {1619} < frans national, van nation < latijn nationem, 4e nv. van natio (vgl. natie).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

nationaal (Frans national)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

nationaal ‘volks-, staats-’ -> Indonesisch nasional ‘volks-, staats-’; Jakartaans-Maleis sional ‘volks-, staats-’; Madoerees nasiyōnal ‘volks-, staats-’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

nationaal volks-, staats- 1619 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut