Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nagelkruid - (Geum urbanum)

Thematische woordenboeken

W. Deconinck (2019), Plantennamen nader toegelicht, Kortrijk.

nagelkruid
Geel nagelkruid | Geum urbanum L.

De plant draagt goudgele bloemen.De wortelstok ruikt zwak en zelfs niet altijd naar kruidnagel, een in de keuken gebruikte specerij, meer bepaald de gedroogde, nog gesloten bloemknoppen van de Kruidnagelboom. Deze boom kreeg zelf die naam omdat die bloemknoppen de vorm hebben van een nagel of spijker.

F. Kok (2007), Waarom brandnetel?, Nieuwegein

Nagelkruid (geel), Geum urbanum
Geum: men meent dat de naam is afgeleid van het Griekse woord geuoo, dat ik ruik betekent, omdat de verse wortel naar nagelkruid ruikt.
Urbanum: is afkomstig van urbs = stad, vanwege de groeiplaats: onder heggen bij menselijke nederzettingen (steden).
Geel nagelkruid: nagelkruid naar de kruidnagelgeur van vooral de wortel en geel door de uitgesproken gele bloemetjes.

H. Kleijn (1970), Planten en hun naam: Een botanisch lexicon voor de Lage Landen, Amsterdam

Géum | Géum urbánum: Nagelkruid
De afleiding van de wetenschappelijke geslachtsnaam Geum staat nog niet vast. Men meent dat de naam is afgeleid van het Griekse woord geuoo, dat ik ruik, beduidt, omdat de verse wortel een weinig naar kruidnagel ruikt, vooral van G. rivále: Knikkend nagelkruid.
De naam Nagelkruid behoeft dan ook geen nadere uitleg. De Latijnse soortnaam urbanum is afkomstig van urbs: stad, vanwege de groeiplaats, onder heggen, bij menselijke nederzettingen. Deze soortnaam werd door K. Gesner voor het eerst in 1561 aan deze plant gegeven. Voor Linnaeus zijn bekende systeem van plantenbenaming opstelde, heette zij Caryophýllata vulgáris, dus algemeen voorkomend nagelkruid. In het ‘Herbarius’ van 1484 komen we haar tegen als Garioffelcrut: nagelkruid. Dit is niet de oudste benaming, die met kruidnagel in verband staat, want in een glossarium van de vroege middeleeuwen komen we reeds de naam Cariofel tegen.
Dat de plant als zeer geneeskrachtig bekend stond valt op te maken uit oude namen zoals Gezegend kruid, Gezegende wortel en Zegenkruid. Deze namen gaan weer terug op een nog oudere naam die we reeds bij Hildegard von Bingen (ca. 1150) aantreffen: Benedicta. Dit benedicta komt van Benedictus: de Gezegende. Zij raadde aan het kruid in de tuinen te kweken om bij de bereiding van kruidewijn aan het geheel een aroma te geven. Ook moest men de plant gebruiken om het zelfgebrouwen bier te verhinderen zuur te worden. Dit laatste vinden we ook bij Albertus Magnus (ca. 1250) vermeld. Opvallend is, dat de plant niet voorkomt in de ‘Capitulare de villis’ uit het jaar 795. Het hoog in aanzien staan als geneeskruid komt eveneens tot uiting in de Duitse volksnaam Heyl aller Welt. Deze naam treffen we voor het eerst aan bij Tabernaemontanus (1588). Hieronder volgen enige ziekten en kwalen die te genezen waren door het gebruik van Nagelkruid: de maag sterkend, darmpijnen en koliek verzachtend, diarree stoppend, maar ook als tonicum te gebruiken. In de officiële geneeskunde, waar de wortel bekend was onder Radix Caryophyllatae (Nagelkruidwortel), vindt de plant geen toepassing meer. Ook werd de wortel gekauwd om een kwalijkriekende adem te verdoezelen. Een naam die we bij H. Bock vinden is Sanamunda, afgeleid van een oude benaming die luidde: ‘quis sanat et mundat’: hij die geneest en zuivert.
Dat het Nagelkruid een korte wortelstok bezit heeft hij te danken aan de duivel; die, immers, kon niet verdragen dat deze plant de mens zoveel goeds bracht en hij beet dan ook uit nijd een stuk van de wortelstok af. Een middeleeuwse Franse volksnaam was daarop gebaseerd en luidde Mors au diable: Duivelsbeet. Dat de plant eveneens anti-diabolische krachten bezat kunnen we opmaken uit de volgende spreuk. Men moest behalve Nagelkruid ook Ruit of Wijnruit (Rüta gravéolens) uitgraven en dan bij het uitsteken het volgende opzeggen:
Ik breek u, edele Kruiden,
Door des hemelsen Vaders kroon,
En door de heilige geest; Opdat gij behoudet kracht
En deugt met groten vlijt;
Opdat gij mij zijt ene bescherming
Tegen Duivel en alle Toverlieden.
Want, vertelde men elkaar, in een huis waar Nagelkruid aanwezig was, blijft de duivel krachteloos. De wortel schijnt ook in een likeur verwerkt te zijn geweest, maar in welke hebben we niet kunnen achterhalen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal