Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nafta - (gezuiverd aardoliedestillaat)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

nafta zn. ‘gezuiverd aardoliedestillaat’
Mnl. napte ‘ruwe aardolie’ [ca. 1425; MNW]; vnnl. naphtha in dat forneys te heeten, met Naphta ‘het fornuis met aardolie te stoken’ [1533; Vorsterman, Daniël 3:46]; nnl. naftha ‘aardoliedestillaat’ in dat men het uurwerk in zuivere naftha ... dompelt [1872; WNT uurwerk].
Geleerde ontlening, via Latijn naphtha ‘soort ruwe aardolie’, aan Grieks náphtha(s) ‘id.’, wrsch. een Semitisch leenwoord, op grond van Akkadisch napṭu ‘id.’ [18e eeuw v. Chr; OED], Aramees nafṭā ‘id.’, Arabisch nafṭ ‘id.’. Op grond van Nieuwperzisch naft ‘id.’ veronderstelt men ook wel herkomst uit een Iraanse taal; het zou dan verwant zijn met Avestisch napta- ‘vocht’, Middelperzisch naft ‘vochtig’, en Indo-Europees verwant zijn met → nevel.
Oorspronkelijk duidde het woord nafta iedere soort ruwe aardolie aan, zowel de min of meer vloeibare als de dikke asfaltachtige die al vele duizenden jaren o.a. in Babylonië in de natuur gewonnen kon worden. In het moderne gebruik is het woord echter gereserveerd voor het destillaat van ruwe aardolie, het product van een petrochemisch proces dat pas vanaf halverwege de 19e eeuw op enige schaal werd toegepast. Zie ook → petroleum.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

nafta, naft [petroleum] {naphta 1778, vgl. napte [petroleum] 1360} < latijn naphtha < grieks naphtha < perzisch naft < aramees naphtā < akkadisch napṭu.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

nafta znw. m., evenals nhd. naphtha (sedert 1580) < lat. naphtha < gr. náphtha. — Het woord gaat terug op perz. näft ‘aardpek’ < assyrisch napṭu.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

naphtha znw. Internationaal woord. < gr.-lat. naphtha.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

nafta (Latijn naphta)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

nafta ‘petroleum’ -> Indonesisch nafta ‘petroleum’; Japans † nafuta,naputa ‘petroleum’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

nafta petroleum 1778 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut