Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

nachecken - (verifiëren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

checken ww. ‘verifiëren’
Nnl. checken ‘vergelijken, verifiëren, controleren’ [1951; WNT Aanv.].
Ontleend aan Engels check ‘controleren’, eerder al cheque ‘(aanhouden om te) verifiëren’ [1695; OED], cheke ‘schaak zetten, tot staan brengen’ [1400; OED] en a-checked (verl.deelw.) ‘tot staan gebracht’ [1384; OED], ontleend aan Oudfrans eschec ‘schaakspel, schaakstuk’, zie verder → echec.
nachecken ww. ‘checken’. Nnl. nachecken ‘id.’ [1974; Koenen]. Gevormd uit → na en checken, onder invloed van min of meer synonieme werkwoorden als nagaan, natrekken, nazien. ♦ checklist zn. ‘controlelijst’. Nnl. checklist ‘id.’ [1956; Reinsma 1975]. Ontleend aan Engels checklist, gevormd uit het werkwoord check en het zn. list ‘lijst’, zie → lijst 2.

EWN: checken ww. 'verifiëren' (1951)
ANTEDATERING: Bagage wordt gecheckt 'bagage wordt afgegeven' [1854; Sheboygan nieuwsbode (KZ) 30/5]
Later: alles nog eens te controleren, "checken" noemt hij dat [1946; Leidsch dagblad (Ld) 21/9] (EWN: 1951)
EWN: ♦ nachecken ww. 'checken' (1974)
ANTEDATERING: laat nu de olie ... na-checken [1946; Het Nieuws (KB) 9/11]
EWN: ♦ checklist zn. 'controlelijst' (1956)
ANTEDATERING: voor wie ... een "checklist" samengesteld is [1928; De Gooi- en Eemlander (KB) 24/6]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut