Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mythologie - (geheel van de mythen van een volk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

mythe zn. ‘overlevering’
Nnl. mythe, mijthe ‘sage, legende, overlevering’ in de mijthen en wonderspreukige verhaalen der oude Hebreeuwen, Egijptenaaren, en andere Volken ‘sagen en geheimzinnige verhalen van ...’ [1805; WNT wonderspreukig], ‘iets wat tot het verleden behoort’ in zal ... weldra tot de mythen ... behooren [1874; WNT welgevuld], ‘verhaal dat niet op waarheid berust’ in eene mythe, die ... niet meer vol te houden was [1864; WNT].
Internationaal neologisme, gebaseerd op Neolatijn mythus, dat ontleend is aan Grieks mũthos ‘uitspraak, gedachte, verhaal, mythe’, van onbekende verdere herkomst; Ndl. mythe is wrsch. ook een terugvorming op basis van het oudere mythologie ‘geheel van mythen, fabelleer’, zie hieronder.
Ook in andere talen heeft dit woord de betekenis ‘niet op waarheid berustend verhaal, fabel’ gekregen: Engels myth [1830; OED] heeft een dergelijke betekenis sinds 1840 [OED], Frans mythe [1803; TLF] sedert 1878 [TLF], Duits Mythe [ca. 1800; Pfeifer] sedert ca. 1880 [Grimm] en Zweeds myt [1797; SAOB] sedert 1831 [SAOB]. Voor een vergelijkbare betekenisuitbreiding zie → fabel.
mythologie ‘geheel van mythen van een volk’. Nnl. mythologie ‘geheel van mythen’ in de mythologie, of heidensche fabelleer [1761; Vad.lett., 24]. Ontleend, al dan niet via Frans mythologie, aan Laatlatijn mythologia, dat zelf ontleend is aan Grieks mūthologíā ‘leer der mythen, geheel der overleveringen’, gevormd uit mũthos ‘verhaal, mythe’ en -logíā ‘-leer, -kunde’, zie → -logie.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mythologie [geheel van de mythen van een volk] {1777} < frans mythologie < latijn mythologia < grieks muthologia [het vertellen van mythen, mythologie], van muthos [gesproken woord, verhaal, mythe] + -logie.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

mythologie ‘geheel van mythen van een volk’ -> Indonesisch mitologi ‘geheel van mythen van een volk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

mythologie geheel van de mythen van een volk 1777 [MEY] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut