Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

muskusrat - (muskusrat (Ondatra zibethicus))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

bisamrat zn. ‘muskusrat (Ondatra zibethicus)’
Nnl. bisamdier [1847; Kramers], bisamrat [1872; Dale].
Ontleend aan Duits Bisamratte, met een tweede lid → rat. Het eerste lid bisam ‘muskus’ is ontleend aan middeleeuws Latijn bisamum ‘welriekende plant, aangename geur’, dat wrsch. is ontleend aan Hebreeuws bāsám ‘aangename geur’, zie ook → balsem.
Muskus is de reukstof die dit beest, dat foutief als rat werd gezien (muscusrot [1761; Donselaar 2000a], muscusrat [1778; WNT]), door een staartklier afscheidt en die in parfums wordt verwerkt.
Lit.: Lokotsch 1927

Thematische woordenboeken

H. ter Stege (2004), De betekenis van de Nederlandse (volks)namen van zoogdieren, reptielen en amfibieën, eigen uitgave Waalre

Muskusrat ̶ Ondatra zibethicus (Linnaeus, 1766)
Duits: Bisam; Engels: Muskrat; Frans: Rat musqué; Fries Muskusrôt, Bisamrôt
Deze uit Noord-Amerika afkomstige woelmuis werd vanwege haar waardevolle wintervacht in verschillende Europese landen ingevoerd voor de pelsdierfokkerij. In het najaar van 1905 werden enkele dieren uitgezet in een landgoed bij Praag. Vermoedelijk hebben enkele nakomelingen hiervan, samen met uit gevangenschap ontvluchte exemplaren zich van lieverlee over Europa verspreid.
Op 23 mei 1941 werd voor het eerst een muskusrat in Nederland aangetroffen. Het dier werd gevangen in een visrooster van de Venbergse watermolen bij Valkenswaard. Sindsdien zijn geregeld nieuwe vangsten gemeld. De populatie heeft zich inmiddels over het gehele land verbreid en is op veel plaatsen tot een ware plaag geworden.
Door het graven van onderaardse gangen in oevers en dijken ondermijnen de muskusratten waterbouwkundige werken en veroorzaken daardoor grote schade. Ondanks bestrijding door 300 officieel aangestelde muskusrattenvangers, die jaarlijks zo’n 300.000 exemplaren in vangkooien, klemmen en fuiken vangen, neemt de muskusrattenbevolking niet echt in omvang af. In de Jachtwet wordt de Muskusrsat genoemd als schadelijke soort.
Het dier, de grootste woelmuis van Europa is herkenbaar aan de kenmerkende gedrongen lichaamsbouw en zijdelings afgeplatte, zwarte staart. De kleur van de vacht varieert van roodbruin tot bruinzwart. Het zijn uitstekende en snelle zwemmers.
Muskusratten zijn alleseters (omnivoor); ze eten zowel delen van waterplanten en landbouwgewassen als waterweekdieren en visjes.
De muskusrat of muskusrôt (Friesland) is genoemd naar de muskusgeur die door klieren wordt uitgescheiden. De namen bisamrat, bisamrôt (Friesland) en civetrat hebben eenzelfde achtergrond; zowel ‘bisam’ als ‘civet’, respectievelijk ontleend aan Hoogduits Bisam en Frans civette, zinspelen op deze onwelriekende geur.
De naam beverrat duidt op het gedrag en uiterlijk dat in veel opzichten overeenkomt met dat van bevers. Indianen zien beide dieren dan ook als ‘broeders’, waarbij de bever als de slimste en de muskusrat als de domste van de twee wordt beschouwd.
In waterkonijn zinspeelt het laatste element op het vlees van de muskusrat; het zou net zo lekker smaken als dat van een konijn.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut