Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

murmureren - (morren)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

murmureren [morren] {murmereren, murmureren 1287} < frans murmurer < latijn murmurare [morren, fluisteren, murmelen], ofwel te interpreteren als een iteratief van middelnederlands murmuren (vgl. murmelen); in ieder geval klanknabootsend.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

morren ww., mnl. morren (murren). = mnd. murren, on. murra “brommen”. Van een reeds idg. onomatopoëtische basis. Vgl. nog ags. murcian “morren”, mnl. murkelen, meurkelen “id.” (nog dial.) en de reduplicatieve vormen ndl. murmelen, mnl. mormeren, murmeren (in associatie getreden met ’t ontleende murmurêren), onfr. murmulon, ohd. murmurôn, murmulôn (nhd. murmeln), mnd. murmeren, murmelen, lat. murmuro, gr. mormúrō, ksl. mrŭmrati, lit. murm(l)énti, arm. mṙmṙam, -im, alles geluid-aanduidende ww.; vgl. nog oi. marmara- “ruischend, geruisch”, murmura- “knetterend vuur”. In hoeverre deze woorden oerverwant en in hoeverre ’t jongere vormen zijn, is niet uit te maken. Zie nog brommen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

marmereren, ww.: klagen, zaniken, zeuren. Met voortonig versterkte klinker uit murmureren.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

murmure’ren (murmureerde, heeft gemurmureerd), (niet alg.) mopperen omdat men het ergens niet mee eens is en er zich niet bij neer wenst te leggen, tegensputteren. De vrouwen, aldus de getuige verder, moesten na ontvangst van hun loon een tientje afstaan aan de voorman W. Dit geld werd dan verdeeld onder de mannen. () Pres.: Waren de vrouwen het hiermee eens? Getuige: Zij hebben nooit gemurmureerd (DWT 7-4-1981). - Etym.: In AN veroud.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

murmureren ‘morren’ -> Negerhollands murmureer ‘morren’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut