Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

muilpeer - (klap in het gezicht)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

muilpeer [klap in het gezicht] {muulpere 1530} van muil1 + peer1, gevormd als oorvijg.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

muilpeer znw. v. mnl. muulpēre, evenals oorvijg gevormd; samenstelling van muil 1 en peer.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

muilpeer znw., mnl. muulpēre v. Een formatie als oorvijg.

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1997), Borrelwoordenboek: 750 volksnamen voor onze glazen boterham, Den Haag

muilpeer In de betekenis ‘borrel’ onlangs gehoord in oostelijk Noord-Brabant, als moelpeer. De oorspronkelijke betekenis, ‘oorvijg, slag in het aangezicht’, komt al in het Middelnederlands voor. Muilpeer is een van de vele borrelnamen die uitdrukken dat jenever kan aankomen als een dreun.
Vergelijk opsodemieter.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

muilpeer klap in het gezicht 1530 [MNW]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1573. Iemand een muilpeer geven,

d.w.z. iemand een slag in het gezicht geven; vroeger ook iemand muilperen, muilperizeeren (zie Ndl. Wdb. IX, 1207). In de Middeleeuwen was muilpeer in dezen zin bekend, blijkens Exc. Cron. 240 c: (Hi) greep den sot metten hare ende gaf hem oock een goede muilpeere; zie verder Kiliaen: Muyl-beere, muyl-peere, alapa; muyl-beeren t' eten gheven. Adag. pugnos ingerere; zie verder Trou m. Blycken, 211; Everaert, 45; Veelderh. Gen. Dichten, 125; Halma, 363: Muilpeer, klap voor den bek, en zeer veel andere plaatsen in de 17de en 18de eeuw. Andere dergelijke ironische benamingen zijn of waren: stocksuiker, kneppelkoek, kneukelsop, stockvisch (met boter), kapittelstokken, vuystamandele, een vuystplaester, kloppersboonen, backevisje, suyrekoock, vuystesweet, bokking, stroppeer (galg), pens (in pens eten, slaag krijgen), kropsalade (De Bo, 580), schimp-azijn, rottingolie, cnoockelpoeder, tangenbrood, mulenbier, kruidige worst, klompe krooning, ongebrande asch, ongesouten ael, schippers metworst (kabel), slagkoeken, telhout; enz. Thans zijn nog in gebruik: oorvijg, oorband (eig. een smalle doek die om het hoofd gebonden wordt, en zich verbreedt bij de ooren; men gebruikt dezen bij oorziekten); Jord. II, 121: iemand een oliekoek te likken geven; bij Schuerm. 461: iemand eene goede paté (fr. pâté) geven (Antw. Idiot. 943: iemand 'en patee om zijn ooren gevenIn Aardenburg partoet, oorveeg (Noord en Zuid II, 319).); iemand een patat (aardappel) zetten (Antw. Idiot. 942: iemand 'ne pataat om zijn ooren geven); een pees(tje) was een flensje, thans in zuidndl. een slag, klap (Ndl. Wdb. XII, 911; 904); iemand eene wafel op zijne kaak geven (vgl. Jord. 396; Joos, 90: 'nen wafel met vijf putten geven); bl. 463: iemand eenige peren om zijn ooren geven (ook bij De Bo); bl. 478: iemand eene piewante draaien of geven; bl. 480: pillen met de vuist slaan of pillen geven; bl. 817: hij kreeg een vlaaitje, - een appelplamei, - een smoutpeer, - een toppeer (Ons Volksleven IV, 33), een kneutelpeer (vgl. knoterpeer in Tijdschr. XXI, 89), grolpeer (Waasch Idiot. 268 a; 355 a); lange (of korte) haver (zweepslagen; Ndl. Wdb. VI, 148; V. Moerk. 15; Schuerm. Bijv. 115); bij Rutten, 110 a: de peerden kemp voeren; 311: iemand een pax-tecum geven; Schuerm. 684 a: stokmans haver; Joos, 107: haver uit de flesch of de mouw geven; iemand handgeld, voetgeld geven (Taal en Letteren II, 165): iemand zijn schuurwater geven, streng berispen (Waasch Idiot. 589); een zuur saus (over zijn patatten) krijgen (berispt worden; Antw. Idiot. 2179; Waasch Idiot. 770); iemand een mossel geven (Antw. Idiot. 835; iemand een sigaar geven (Eindhoven); vgl. verder nog iemand een beschuitje, een knabbelbeschuitje geven, of iemand beschuitjes voeren; fri. in ljirrebak jaen, een beschuit met rookvleesch geven, wat in Zuid-Nederland heet iemand een dreupelke schenken (Teirl. I, 366) en waarmede te vergelijken is een bakte (kniekitteling) kunnen verdragen (Teirl. I, 95Zie nog andere uitdrukkingen bij De Cock en Teirlinck, Kinderspel en Kinderlust, VIII, 22.); van de taart geven; iemand een peer geven (Claes, 181); en de uitdr. hoe smaakt je die peer, - die pruim (17de eeuw: hoe monden u die vijgen?); een streek of een veeg uit de pan geven (Winschooten, 245 en 299); iemand zijne koolkant (snede brood met kool) breiden (Tuerlinckx, 388); iemand eene botering (zie Antw. Idiot. 282), koeken (bl. 685), pale (pannekoek) geven (Loquela, 377), kerzen krijgen (Antw. Idiot. 641); stevens broot (steenen, steenigingTaal en Letteren IX, 547.), berkenstruivenTrou m. Bl. 58. geven; koek met bloem krijgen (Antw. Idiot. 1831); iemand salade geven (Volkskunde X, 18); een santekwant geven (Ndl. Wdb. XIV, 96); pruttelmous kriegen, bekeven worden (Molema, 556 a); kropsalade (verdriet; Waasch Idiot. 565; Schuerm. 301 b); iemand knoflook (Sewel), klompzak (Halma), geven; iemand een berkemot (peer) om zijne ooren geven (Antw. Idiot. 212); iemand een flens geven (Boekenoogen, 211); kneukelvet, - zeep (Waasch Idiot. 354 b) geven; Halma II, 371: muilschellen (vgl. hd. Maulschelle); fri. hy kriget rizenbrij (van berkenrijs) mei hjitte poffen of mei bret flêsk, hij wordt gegeeseld en gebrandmerkt; immen in brouwing, ribbesmoar mei pynoalje, toffelsmots (pak slaag met een pantoffel) jaen; enz. In Groningen: iemand 'n bukken zunder groat, 'n peer, 'n petoater geven (Molema, 61 b; 465 b; 533 a). In het Fransch kent men: manger des poires d'angoisse, subir de creuls traitements; eng. to get beans (een standje). Vgl. voor het hd. Maulbeere en verder Schrader, 503 vlgg.; Korrespbl. XXXIV, 9; Seiler, 172 vlgg.; zie verder Nyrop, 26-27; Van Helten, Proeven van Woordverklaring, 7, en zie no. 1234.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut