Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

muildier - = muil (nakomeling van paard en ezel)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

muildier znw.o., sedert Kil., die ’t “Sicamb.” noemt. Dit woord is wellicht oorspr. een germanisme, maar muilezel, sedert Kil., wsch. niet. ’t Eerste lid is mnl. muul m., mûle m.v. “muilezel, muildier”, dat evenals ohd. mûl m. (nhd. maul-tier o., maul-esel m.), mnd. mûl m., mûle m.v., ags. mûl m. (eng. mule uit ’t Fr.), on. mûll m. “id.” uit lat. mûlus “id.” ontleend is, wellicht tegelijk met ezel. Voor de nnl. nhd. samenst. - ook de. muldyr, mulæsel, zw. mulȧsna - vgl. damhert.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut