Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

muggenziften - (haarkloven)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

muggenziften* [haarkloven] {muggesiften 1630} is ontleend aan Mattheus 23:24: ‘Gij verblinde leidslieden, gij, die de mug uitzift en den kameel inzwelgt’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

muggenzifter znw. Afl. van mug. Vgl. Mattheus 23, 24.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

muggezifter m., d.i. die de mug uitzijgt en den kemel doorzwelgt: cf. Matth. XXIII, 24.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

muggiesifter s.nw.
Kleingeestige vitter, haarklower.
Uit Ndl. muggezifter (1617) 'iemand wat hom besighou met kleinighede of rusie maak of kibbel oor nietige sake', met zifter wat op sy eie ook hierdie bet. het.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

muggenzifter: iemand die te veel op kleinigheden let; haarklover; vitter. Muggenziften is ontleend aan de Bijbel: de mug uitzuigen en de kemel doorzwelgen. Een oudere variant is bonenzifter. Vgl. mierenneuker*; punaisepoetser*.

Een twistgierig knibbelaar, een pleitzuchtige muggenzifter spreekt met afgrijzing van de Rechters, en durft halstarrig staande houden dat ‘er geen rechtvaardigheid ter waereld meer te vinden is. (Justus van Effen, De Hollandsche Spectator. Aflevering 196-240: 11 september 1733-12 februari 1734)

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Muggenziften, vallen over kleinigheden, pietluttig zijn. Daarnaast ook:
Muggenzifter, -zifterig en -zifterij, pietlut, pietluttig resp. gezeur over kleinigheden.

In Matteüs 23:24 fulmineert Jezus tegen de Farizeeën en schriftgeleerden: 'Gij blinde wegwijzers, die de mug uitzift, maar de kameel doorzwelgt' (NBG-vertaling). Het doorslikken van een mug werd bezwaarlijk geacht door strenggelovige Joden, omdat dan de wet overtreden werd dat men geen bloed mocht eten. Zo stond het geschreven in Genesis 9:4, en in bepalingen in Leviticus en Deuteronomium.
Essentieel in Jezus' woorden is de tegenstelling tussen een probleem maken van iets onbelangrijks, maar veronachtzamen wat er werkelijk toe doet. Men komt de dubbele uitdrukking in oudere teksten dan ook nog tegen, bijvoorbeeld bij Vondel, maar ook al in een tekst uit 1617. Zeemans verzameling uit 1877 heeft nog de zegswijze: Men kieskauwt over een mug, maar zwelgt een kemel door. In tegenstelling tot muggenziften en muggenzifter hebben woorden als kameelslokker (Coornhert) en kameelverslinden (Vondel) het moderne Nederlands niet gehaald, en is de oorspronkelijke beeldende tegenstelling verloren gegaan.
De verbinding muggen (uit)ziften is pas later tot de samenstelling muggenziften geworden, maar buiten de bijbelvertalingen. Daar vindt men de verbindingen die mug sieden (Liesveldtbijbel, 1526), de mug uytsijgen (Statenvertaling, 1637), de mug uitzeven (Canisiusvertaling, 1929-1939) en de mug uitziften (NBG-vertaling, 1951 en Willibrordvertaling, 1981). De oudste vermeldingen van muggenziften en -zifter stammen uit andere zeventiende-eeuwse teksten waarbij de vindplaats van muggezifter het oudst is. Waarschijnlijk dienden bij de vorming van dit woord bestaande scheldwoorden als gruys-sifter en gorte-telder (Cats, 1625; vergelijk ons krentenweger) als voorbeeld, en raakte het zo los van de bijbelse context. Om die reden was te verwachten dat de uitdrukking niet in de NBV zou terugkeren. Deze heeft haar echter toch bewaard, zij het in een iets andere vorm: 'Blinde leiders zijn jullie, die uit hun drank de muggen ziften, maar een kameel wegslikken'.

Luikse Diatessaron (1291-1300), p. 210, 10. Blinde leideren, gi sijt de moesie ende gi versuelgt den kemel.
Je wilt alles wel in twijfel trekken, de zwaartekracht, het weerbericht, God desnoods, maar die dood waar je niets van weten kunt, die staat als een paal boven water. Het is muggezifterij, maar het zit me dwars dat de dood niet leuk is. (M. Bril, Voordewind, 1990, p. 39)
Toen Geldermans mij verteld had dat Anquetil altijd bij beklimmingen zijn bidon naar zijn achterzak overhevelde om een lichtere fiets te hebben, ben ik eens op gaan letten. Ik ontdekte dat op alle oude foto's waarop Anquetil klimt, zijn bidon in de bidonhouder zit. Muggezifterij. Het verhaal van Geldermans treft de ziel van de renner, het is dus waar. Die foto's zijn onnauwkeurig. (T. Krabbé, De renner, 1999 (1978), p. 104)
Samen schrijven kost minder tijd dan alleen schrijven. Niels zorgt voor de technische plot, ik zorg voor de motieven, de verbindingen. We gaan niet over woorden zitten muggeziften. (HP/De Tijd, 13-9-1993)
Wat een muggenzifter, om te zeuren over een komma die ik was vergeten. (Gehoord, jaren '90)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

muggenziften* haarkloven 1630 [WNT verkeeren I]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1572. Een muggenzifter,

d.w.z. een haarkloover, een vitter. De naam is ontleend aan den Bijbel, en wel aan Matth. XXIII, vs. 24: ‘Ghy, blinde leydslieden, die ghy de mugge uytsijget, ende den kemel doorswelget’; met de kantt. ‘ofte een mugge kleynset, ende eenen kemel doordrincktDe Hebreën waren gewoon den wijn vóór het drinken door een doek te zijgen, om hem van heffe en insecten te zuiveren.. Dit is een gemeen spreeckwoort tegen degene die in 't kleyn nauwe sien, ende het groote niet en achten’. Zie C. Wildsch. II, 218; Tuinman I, 9; Sewel, 501; Halma, 363; Archief I, 10; Ndl. Wdb. IX, 1194-1195, waar voorbeelden uit de 17de eeuw worden aangehaald; hd. ein Mückenseiger.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut