Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mudvol - (stampvol)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mudvol* [stampvol] {na 1950} gezien de uitdrukking uit het begin van deze eeuw een gestampte mudzak vol {1901-1925} afgeleid van mud1. Maar zie ook mut.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

mudvol* stampvol 1940 [WNT stampvol]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1570. Mudvol of zoo vol als mud,

d.i. zeer vol, propvol, eivol (eng. eggfull), tjokvol (zie aldaar), bomvol (eig. van fusten, tot aan het bomgat toe). Vgl. Harreb. II, 107 a: het is zoo vol als mudje; Boekenoogen, 651: 't is zoo vol as mud (of 't is mudje-vol), 't is zoo vol, dat er niets meer bij kan. Waarschijnlijk hebben we met hetzelfde znw. te doen in Vondel's Maeghden vs. 88: ‘Zend kryghsvolck uit, als mut’, en bij Westerbaen I, 525, waar een predikant zegt:

Als ick van God hier spreeck,
 So komt 'er naeuw een mensch in een geheele weeck:
 Maer doen ick sey, dat ick sou van de duyvel preecken,
 Komt ghy so dick als mud ter Kercken ingestreecken.

Spaan, 157: Dit maakte zulken reddering onder de Engelschen, dat ze als mut ter neder vielen; V. Moerk. 464: De spinnekoppen die hier by mut bennen. Elders heb ik de uitdr. niet aangetroffen. Wat we eigenlijk onder dit mud (mut) moeten verstaan, is me niet duidelijk. Wellicht beteekent mut eig. turfmolm (V. Schothorst, 175Zie ook Taal en Letteren IX, 227-228. In dat geval moeten we natuurlijk mutvol schrijven.). Het Ndl. Wdb. IX, 1276 denkt aan verwantschap met nd. mudde, slik en verklaart zoo dik (of dicht) als mud als zoo dicht ineen als vette modder; vandaar: in dichte massa (vgl. no. 641). Te vergelijken zijn zegswijzen als zoo dicht als stofregen (in grooten getale; Halma, 615); het 17de-eeuwsche zoo vol as de mentKluchtspel II, 209; in Ndl. Wdb. IX, 570 worden deze woorden vergeleken met een uitdr. als de duivel! en soo vol als saad, als haf (Ndl. Wdb. V, 1515), als hach (zie N. Taalgids XIV, 198). In Groningen kent men: doar was volk as dook (mist), 't was er zwart van volk (Molema, 84 b). Ook hoort men zeggen zoo vol als een mud, waarbij aan een mud aardappelen wordt gedacht (vgl. N. Taalgids III, 8, nootNog anders in Kunstl. II, 283: Die eet d'r s'n eigen soo vol as 'n mut!).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal