Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mud - (inhoudsmaat)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

mud zn. ‘inhoudsmaat’
Onl. i mudde vodercoren ‘één mud voedergraan’ [12e eeuw; ONW]; mnl. mudde, mud ‘inhoudsmaat voor graan’ in .i. mudde tarwen ‘1 mud tarwe’ [1249; VMNW], XVII mud kalcs ‘17 mud kalk’ [1378-79; MNW].
Vroege ontlening, in het kader van de graanhandel, aan vulgair Latijn *modiu, uit klassiek Latijn modius ‘inhoudsmaat voor droge waren, vooral graan’, een afleiding van modus ‘maat, maatstaf’, zie → mode.
Ook ontleend zijn: os. muddi; ohd. mutti (nhd. Mutt); oe. mydd; < pgm. *muddjo- (alleen West-Germaans).
Een mud is, evenals een Romeinse modius, een inhoudsmaat voor droge waren. Een modius was in de Romeinse tijd ca. 8,7 liter. Later kon de maat variëren, afhankelijk van de streek en de droge waren of vloeistof in kwestie; een mud is tegenwoordig 100 liter.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mud1 [inhoudsmaat] {mud(de) 1249} oudsaksisch muddi, oudhoogduits mutti, oudengels mydd < latijn modius [een korenmaat van 8,733 liter, naar opgave van anderen 9 liter].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

mud znw. o., mnl. mudde o. v., os. muddi, ohd. mutti, oe. mydd ‘mud, schepel’ < lat. modius; reeds vroege ontlening, waarschijnlijk uit Noord-Gallië, zoals ook mik 1 en zemelen, die met de graanhandel naar het Rijngebied kwamen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

mud znw.o., dial. (wvla.) v., mnl. mudde o.v. = ohd. mutti, os. muddi, ags. myddo. “mud, schepel”. Een vroege ontl. uit lat. modius of rom. *modiu “id.”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

mud 1 v. (inhoudsmaat), Mnl. mudde, Os. muddi, gelijk Hgd. mött, Fr. muid, uit Lat. modium (-ius), een afleid. van modus = maat (z. meten).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

mud s.nw. (verouderd)
1. Kaapse inhoudsmaat vir droë ware, veral graan, en soms vir vloeistof, wat gelyk is aan ongeveer 90 kg of 109 . 2. Hoeveelheid van iets gelyk aan 'n mud (mud 1).
Uit Ndl. mud (al Mnl.). Eerste optekening in vroeë Afr. in bet. 1 op 7 September 1663 in die aanhaling "boven de 50 mudden jaerlijcks" (Resolusies van die Politieke Raad, C.2).
Ndl. mud uit Latyn modius 'Romeinse koringmaat van ongeveer 9 '.
Vanuit vroeë Afr. in S.A.Eng. (1795).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

mud (Latijn modius)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Mud, van ’t Lat. modius = schepel, afl. van modus = maat; zie Meten.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

mud ‘inhoudsmaat, vat met die inhoudsmaat’ -> Engels † mud ‘Hollandse inhoudsmaat’; Frans dialect † modekin ‘maat voor tarwe’; Frans dialect † muderon ‘soort vat om water te dragen’; Zuid-Afrikaans-Engels muid ‘inhoudsmaat’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

mud inhoudsmaat 1101-1200 [Tavernier] <Latijn

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1570. Mudvol of zoo vol als mud,

d.i. zeer vol, propvol, eivol (eng. eggfull), tjokvol (zie aldaar), bomvol (eig. van fusten, tot aan het bomgat toe). Vgl. Harreb. II, 107 a: het is zoo vol als mudje; Boekenoogen, 651: 't is zoo vol as mud (of 't is mudje-vol), 't is zoo vol, dat er niets meer bij kan. Waarschijnlijk hebben we met hetzelfde znw. te doen in Vondel's Maeghden vs. 88: ‘Zend kryghsvolck uit, als mut’, en bij Westerbaen I, 525, waar een predikant zegt:

Als ick van God hier spreeck,
 So komt 'er naeuw een mensch in een geheele weeck:
 Maer doen ick sey, dat ick sou van de duyvel preecken,
 Komt ghy so dick als mud ter Kercken ingestreecken.

Spaan, 157: Dit maakte zulken reddering onder de Engelschen, dat ze als mut ter neder vielen; V. Moerk. 464: De spinnekoppen die hier by mut bennen. Elders heb ik de uitdr. niet aangetroffen. Wat we eigenlijk onder dit mud (mut) moeten verstaan, is me niet duidelijk. Wellicht beteekent mut eig. turfmolm (V. Schothorst, 175Zie ook Taal en Letteren IX, 227-228. In dat geval moeten we natuurlijk mutvol schrijven.). Het Ndl. Wdb. IX, 1276 denkt aan verwantschap met nd. mudde, slik en verklaart zoo dik (of dicht) als mud als zoo dicht ineen als vette modder; vandaar: in dichte massa (vgl. no. 641). Te vergelijken zijn zegswijzen als zoo dicht als stofregen (in grooten getale; Halma, 615); het 17de-eeuwsche zoo vol as de mentKluchtspel II, 209; in Ndl. Wdb. IX, 570 worden deze woorden vergeleken met een uitdr. als de duivel! en soo vol als saad, als haf (Ndl. Wdb. V, 1515), als hach (zie N. Taalgids XIV, 198). In Groningen kent men: doar was volk as dook (mist), 't was er zwart van volk (Molema, 84 b). Ook hoort men zeggen zoo vol als een mud, waarbij aan een mud aardappelen wordt gedacht (vgl. N. Taalgids III, 8, nootNog anders in Kunstl. II, 283: Die eet d'r s'n eigen soo vol as 'n mut!).

2616. Een zak (een mud, een schepel) zout met iemand gegeten hebben,

d.i. langen tijd met iemand omgegaan hebben. Deze, nu eenigszins verouderde, zegswijze komt sedert de 16de eeuw in onze litteratuur voor, waarin zij ontleend is aan de klassieken. In het Grieksch wordt ze aangetroffen bij Aristoteles, lib. Moralium, VIII, c. 4 § 9; Moralium Eudemiorum, lib. VII, c. 2; Plutarchus, περι φιλαδελφιας, p. 482 B; in het Latijn bij Cicero, de amicitia, c. 19, 67: Verum illud est, quod vulgo dicitur, multos modos salis simul edendos esse, ut amicitiae munus expletum sit. Zie vooral Suringar, Erasmus, CXXXVI; Journal, 7; V. Wyss, 38 en vgl. Goedthals, 20: Niemant te betrauwen ghy en hadt met hem gheten een mueken sauts, devant que cognoistre un amy, menge un muy de sel avec luy; Campen, 2: Men sal niemant tot enen vrent verkiesen, men hebbe dan te voren veele schepel solts mit hem ghegeten, secht Cicero; De Brune, Bank. I, 333: Wie vaste vriendschap bouwen wilt, ete voor al eenighe muddekens zout met yemand, eer hy hem tot zijn vriend keurt; Cats I, 521: Al eer dat ghy een vrient betrout soo eet met hem een mudde sout; Tuinman I, 150; II, 56; Harreb. II, 490; III, 364; 419; Taal en Letteren III, 370; H.v.Z. 58: Bij die sal je geen zak zout ete; Groningen IV, bl. 207: Daar zijn zo eenige Latijnse woorden die voor elke stad- of lands-Groninger... als 't ware pasmunt zijn, ‘Vindicat’ is er een. ‘Mutua fides’ een ander; verder gaan er grif nog zulke als ‘riepe’ ‘intast’, ‘sikkom’, die al een zak zout met ons gegeten hebben en niet meer als vreempjes worden aangezien; Volkskunde XVI, 46; afrik. 'n sak sout met iemand opgëeet hê; Wander III, 1849; 1855; Grimm, VIII, 1706; Antw. Idiot. 812: hij zal daar geen meuken zout eten, hij zal er niet lang wonen; in het fri.: wy moatte earst ris in healsek sâlt mei elkoar op-iten habbe, wij moeten eerst een halven zak zout samen hebben opgegeten, voor wij elkaâr goed zullen kennen (W. Dijkstra, 349 aIn het Land v. Aalst zegt men: ge moet eerst nen tijd bij iemand geslapen hebben; vgl. Eckart, 397: se hebben noch gên söven Paskeier mitnanner êten.); hd. einen Scheffel Salz mit jem. gegessen haben; fr. avoir mangé un minot de sel avec qqn; Vgl. in Zuidndl. ergens niet veel botermelk (karnemelk) vuil maken, van dienstboden: niet lang blijven.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut