Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mots - (paard of hond met gecoupeerde staat of oren)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mots* [paard of hond met gecoupeerde staat of oren] {1688} van motsen, moetsen [de oren korten], hoogduits mutzen [de oren korten], etymologie onzeker.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

mots m., behoort bij motsen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

smotske, zn.: kort eindje kaars, stompje; vuil doorgerookt stenen pijpje. Met s-anticipatie uit motske; vgl. Gelders-Overijssels motse ‘korte afgebroken pijp’. Van Vnnl. moetsen, mutsen ‘knotten, afhakken’, moetse ‘verminkt, geknot’ (Kiliaan). It. mozzo ‘stomp’, Fr. mousse < Lat. *mutius ‘afgestompt’. D. Mutz ‘hond of paard met gecoupeerde staart’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal