Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

motregen - (fijne regen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

motregen zn. ‘fijne regen’
Vnnl. mot ‘fijne regen’, eerst alleen in afleidingen en samenstellingen: de lucht was motachtich [1622; iWNT], motregen [1658; iWNT], dan ook als simplex mot [1672; iWNT].
Samenstelling met een verduidelijkend tweede lid → regen van het zn. mot, dat wrsch. hetzelfde woord is als mnl. mot ‘fijn stof’ zoals in de samenstellingen torfmot ‘turfmolm’ [1460-87; MNW] en styenmut ‘steengruis’ [1373-76; MNW]; nog Gronings mot ‘turfmolm, opveegsel’, motblik ‘stofblik’.
Mnd. mut ‘gruis, afval’; mhd. mot ‘zwarte, veenachtige aarde’; nfri. mot ‘turfmolm’; oe. mot ‘turfmolm, afval’ (ne. mote ‘stofje’); nzw. dial. muta ‘motregenen’.
Verdere herkomst onbekend. Er zijn geen verwante woorden buiten het Germaans.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

motregen* [fijne regen] {1658} vgl. oostfries mudden, zweeds dial. muta [fijn regenen] (vgl. mot3); van middelnederlands mot [gruis], verwant met modder.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

mot 3, motregen, oudnl. mot, middelrijns mot ‘nevel’, zw. dial. muta ‘motregenen’. — Het woord behoort tot de idg. wt. *meu ‘nat, modderig’, waarvoor zie: modder. — Met voorgevoegde s zijn te vergelijken mhd. smuz (nhd. schmutz) ‘modder’, ne. smut ‘vuile vlek’ (IEW 742).

De door FW 444 aangehaalde woorden nnl. dial. (veluws) möt ‘stof, fijn zand’ (achterh.), mot ‘fijne afval’, oostfri. mut ‘gruis, afval, molm’, fri. mot ‘turfmolm’, oe. mot ‘stofje, splintertje’ kunnen hierbij behoren, wanneer men zou mogen uitgaan van ‘dikke modder, veengrond, turf’ > ‘turfmolm’ > ‘fijn verdeelde stof’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

motregen znw., sedert de 17.eeuw, evenals ’t o.znw. mot, dat oudnnl. op zichzelf ook “motregen” beteekent. Vgl. middelrijnsch mot “nevel”, zw. dial. muta “motregenen”. De oorspr. bet. van dit mot is wsch. “stof-achtige, fijne materie”: vgl. Zaansch eeke-mot “fijn gemalen eikenschors”, vel. möt “stof, fíjn zand”, achterh. mot “fijne afval” (in dgl. bett. ook elders, tot in Zuid-Ndl. toe), fri. mot “turfmolm”, oostfri. mut “gruis, afval, molm”, westf. mutten “afval”, ags. mot o. “stofje, splintertje” (eng. mote). Met ’t oog op deze laatste categorie van woorden is een grondbet. “vochtige materie” niet wsch.; een dgl. grondbet. aannemend, heeft men mot wel met ier. muad “wolk” enz. (zie modder) gecombineerd. Deze etymologie is dan alleen aannemelijk, als wij voor idg. mud- ook de bet. “week zijn” aannemen: vgl. behalve ’t materiaal bij modder nog lett. mudas “verrot zeewier”, mudêt “week, schimmelig worden”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

mot 2 v. (regen), + Oostfri. mudden = fijn regenen: verwant met smodderen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

motreën s.nw.
Reën in baie klein en fyn druppeltjies.
Uit Ndl. motregen, 'n samestelling van mot 'fyn reën' en regen 'reën'. Reeds by Van Riebeeck (1651 - 1662).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

motreën: sagte reën; Ndl. motregen (WNT IX 1177 m. aanh. uit vRieb: “’s avonts ’t luchjen ... met motregen”, en ’n ander uit Schou: “een geweldige mist en mot-regen onder een gemenght”); eerste lid hou wel verb. m. Ndl. mot, “fyn reën, newel”, misk. ook m. Gr. mudao, “van klammigheid drup”; verb. m. het. “stof” (by FvWvH en dVri J NEW) minder oortuigend, tensy stof hier verb. hou met ww. stuif/stuiwe.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

motregen* fijne regen 1658 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut