Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

most - (nog niet gegist druivensap)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

most [nog niet gegist druivensap] {1201-1250} middelnederduits, oudhoogduits most, oudengels must < latijn mustum [idem] (vgl. mosterd).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

most znw. m., mnl. most m. evenals mnd. most, must, ohd. most, oe. must > romaans *mostu-, *mustu- > lat. (vinum) mustum ‘jonge wijn’ bij het bnw. mustus ‘vers, nieuw’. — Reeds vroeg ontleend met vele andere woorden van de wijnbouw, zoals beker, kelk, kelder, spon, trechter, wijn.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

most znw., mnl. most m. Evenals ohd. (nhd.) most m., mnd. most, must, ags. must (m.? eng. must) “most” ontl. uit rom. *mustu, *mostu (lat. mustum) “most”. Evenzoo zijn wijn, azijn e. dgl. ontleend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

most m., gelijk Hgd. id., Eng. must Fr. moût, uit Lat. mustum, dat bij den wortel van modder behoort.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1mos s.nw.
Druiwesap wat 'n natuurlike gistingsproses ondergaan totdat dit feitlik wyn is en soms as bestanddeel in konfyt of gebak gebruik word, of ongegiste druiwesap wat verkry word deur vars, ryp druiwe te pars.
Uit Ndl. most, ook mos (al Mnl.) 'druiwesap, jong wyn'. Reeds by Van Riebeeck (1651 - 1662) in die frase "Nieuwe most ende goed oudt bier", waarna in Afr. by Pannevis (1880).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

mos I: gedeeltelik gegiste druiwesap; Ndl. most (Mnl. most, so ook by vRieb, dial. ook mos), Hd. most, Eng. must, uit Lat. (vinum) mustum, “jong (wyn)”, ons. vorm v. mustus, “jonk, nuut”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

most (Romaans *mostu)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Most, evenals andere termen bij den wijnbouw, van de Romeinen overgenomen; Lat. mustum. Ook mosterd behoort hierbij, daar men de mosterd met most toebereidde.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

most ‘nog niet gegist druivensap’ -> Deens most ‘sap’ (uit Nederlands of Nederduits); Zuid-Afrikaans-Engels mos ‘nog niet gegist druivensap’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

most nog niet gegist druivensap 1100 [Willeram] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut