Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

moslim - (aanhanger van de islam)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

moslim zn. ‘aanhanger van de islam’
Nnl. moslim ‘Turkse islamitische ambtenaar’ in de moslim die de vonnissen ... uitvoert [1782; Vad.lett., 28], moslem ‘aanhanger van de islam’ in het geslacht der moslems ‘het islamitische volk’ [1794; Vad.lett., 76], moslim ‘id.’ in moeten de Moslims zich, naar de leer van den Islam ... [1892; WNT Aanv.], ook wel in de vorm muslim in godsdienstige opleving onder de Muslims [1939; Vaderland].
Ontleend aan Arabisch muslim, letterlijk ‘iemand die zich onderwerpt (aan het geloof)’, behorend bij het ww. aslama ‘zich onderwerpen’, zie → islam.
De oudere variant muzelman [1593; WNT uitverkoren], nog steeds in gebruik, is ontleend aan Frans musulman [1562; TLF], ouder mussulman [1553; TLF], dat via het Turks is ontleend aan Perzisch musulmān, muslimān, het meervoud van muslim, dat ook als enkelvoud gebruikt kan worden.
Lit.: Philippa 1991

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

moslim [aanhanger van de islam] {1824} < arabisch muslim, act. deelw. van ʼaslama (vgl. islam, muzelman).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

moslim [aanhanger van de islam]. Arabisch participium = die zich overgeeft (aan Allah); vergelijk Islam, beide van de wortel s-l-m. [P]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

moslim (Arabisch muslim)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

moslim ‘aanhanger van de islam’ -> Sarnami muslim ‘aanhanger van de islam’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

moslim [belijder van de islam] (1824). Predikant en taalkundige Petrus Weiland (1754-1841) publiceerde in 1824 zijn Kunstwoordenboek of verklaring van allerhande vreemde woorden [...] uit verscheidene talen ontleend. Vele honderden leenwoorden in het Nederlands worden voor het eerst in dit woordenboek vermeld, zoals het Arabische moslim, de Hebreeuwse woorden misjna en thora, de Jiddische leenwoorden goj, sjikse en tof, het Perzische hoeri, het Russische bojaar, het Tibetaanse dalai lama en de Turkse leenwoorden kismet, molla en raki. Veel van de in Weilands woordenboek opgenomen woorden gaan terug op boekenkennis, en niet zozeer op contacten met andere talen. Het is dan ook niet duidelijk in hoeverre de opgenomen woorden bekend zijn geweest in deze periode. Sommige woorden zullen uitsluitend onder specialisten bekendheid hebben genoten.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

moslim aanhanger van de islam 1824 [WEI] <Arabisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut