Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

moskee - (islamitisch gebedshuis)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2019

Journalistieke taal in de achttiende eeuw

Kranten bevatten ook vroeger al veel vreemde woorden. In 1758 schreef een zekere Johann Hermann Knoop dat “een gemeen [ = gewoon] man, ’t zy landman [= boer] of gemeen burger de courant zo wel niet lezen en verstaan kan als een geletterde, schoon vele daar onder wel wenschten zulks te kunnen doen”. Om de gewone mensen een handje te helpen, publiceerde Knoop een geschrift getiteld Kort onderwys, hoedanig men de couranten best lezen en gebruiken kan.

Actie
In het voorwoord wijst Knoop op het belang van kranten om op de hoogte te blijven van “wat er in de wereld omgaat”. Een voorwaarde om kranten te kunnen lezen is “Dat men de vreemde woorden moet verstaan die dikwyls in de couranten gebruikt worden.” Als hulpmiddel volgt een woordenlijst van ruim honderd pagina’s, met omschrijvingen in het Nederlands. Het zijn bijna allemaal Franse of Latijnse leenwoorden, en de meeste zijn niet specifiek voor kranten. Zo vermeldt Knoop bij abstinentie als toelichting “onthouding”, en bij abuis “dwaling, doling, misslag, misbruik”.
Maar af en toe voegt hij informatie toe over het specifieke gebruik van het woord in kranten. Zo schrijft hij bij actie: “Een doening. Daad. Stuk werk. Betekent in de couranten meest een kleine battaille of chermutzeling.” Dit is interessant; kennelijk werd actie in de journalistiek al in 1758 gebruikt als eufemisme voor een militaire actie.
Knoop geeft boeiende inkijkjes in gebruiken. Zo heeft hij bastounades als ingang opgenomen, met als verklaring: “stok-slagen”. Hieraan voegt hij toe: “Dit geschied onder de Hollandsche troupen hedendaags niet meer, of zelden, gelyk wel voor dezen [voorheen].” Bastonnade is een Frans leenwoord, en het Frans heeft het op zijn beurt ontleend aan het Italiaanse of Spaanse bastonata, dat afgeleid is van bastone (‘stok’). Een bastonnade was een speciale straf, waarbij de gestrafte met een stok op de voetzolen of de rug werd geslagen.

Islam
Van de buitenlanden gaat de meeste aandacht uit naar Turkije. Dat is niet vreemd: in de achttiende eeuw werden er diverse Russisch-Turkse oorlogen gevoerd die van invloed waren op heel Europa. Knoop verklaart in zijn woordenboek de volgende ‘Turkse’ begrippen voor de krantenlezer: alcoran (“het wetboek der Turken”), mameluck (“een christ die Turk geworden is”), mosqueé ‘(“een kerk der Turken”), porte (“dus [zo] word in de couranten dikwils ’t Turksche Hof genoemt”), renegaat (“een afvaller van zyn religie: dog [= doch] word daar door meest verstaan, een zodanige, die van de christelyke religie tot de Turksche dwaling overgaat”). Interessant aan dit lijstje is dat de kennis van de islam via Turkije verliep, en dat de kennis van Turkije op haar beurt via Frankrijk liep. De woorden alcoran en mosqueé zijn aan het Arabisch ontleend via het Frans. In alcoran is het Arabische lidwoord al nog aanwezig, dat we hebben bewaard in alcohol en alkali.
Porte voor ‘Turkse regering’ is een verkorting van “verheven of hoge porte”. Dit gaat terug op het Franse la sublime porte, een vertaling van de Turkse titel voor het hof en de regering van de sultan: bab i ali (‘hoge poort’), ontleend aan het Arabische bāb ʽālī (‘deur, poort’ en ‘verheven’). Het was oorspronkelijk de naam van het gebouw waar de grootvizier en zijn staf zetelden.
De benaming mammeluk gaat via het Frans terug op het Arabische mamlūk, dat staat voor ‘(blanke) slaaf’, gebruikt voor soldaten van een Egyptische ruitermilitie. De oorspronkelijke Mammelukken vormden een (Mongoolse) dynastie die in 1250 in Egypte de macht had overgenomen en tot 1517 regeerde. Doordat in de middeleeuwen in islamitische legers veel mammelukken dienden, werd mammeluk synoniem met ‘afvallige, christen die tot de mohammedaanse leer is overgegaan’, hetzelfde dus als een ‘renegaat’.

Woordenrijk
De krantenleeswijzer van Knoop bevat ruim 2600 vreemde woorden, waarvoor zeker wel Nederlandse alternatieven bestonden, want onze taal is volgens Knoop “woorden-ryk genoeg”. Maar, zo verzucht hij, het gebruik van vreemde woorden is “een gewoonte der courantiers geworden, die zedert lange jaren in gebruik is”.
Intussen maakt het boekje nieuwsgierig naar wie deze schrijver nu eigenlijk was, en wat hem bewoog. Knoop noemde zich “liefhebber en bevorderaar der nuttige wetenschappen”, maar zijn publicatie was niet uitsluitend ingegeven door idealisme. Hij was een broodschrijver, die rond 1745, na achttien jaar dienstbetrekking als hovenier bij prinses Maria Louise van Hessen-Kassel, wegens dronkenschap was ontslagen. Hoewel hij daarna veel publiceerde, bracht zijn alcoholverslaving hem uiteindelijk in het armenhuis.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2016), ‘18de-eeuwse krantentaal’, in: Onze Taal 10, 34.]

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

moskee zn. ‘islamitisch gebedshuis’
Vnnl. musque, mosque, moskee ‘islamitisch gebedshuis’ in huer moskea, dats huere kercke [1542; WNT], in eenen hoeck vande selve plaetse hebben zy haer eygen Mosqué [1598; Lodewijx], mosqueen [1669; WNT].
Ontleend aan Frans mosquée [1550; TLF], eerder al mousquaie [1423; TLF], ouder musquette [1351; TLF]. De Franse vormen mosquee, mousquai zijn ontleend aan Italiaans moschea [15e eeuw; DELI], een variant van moscheta [14e eeuw; TLF]; de oudste Franse vorm musquette is ontleend aan Italiaans moscheta. Het Italiaanse woord, waarnaast ook voorkomt middeleeuws Latijn meschita, meskita, is ontstaan uit ouder Italiaans meschita [begin 13e eeuw; TLF], ontleend aan Spaans mezquita ‘moskee’ [1115; Corominas]; in Catalonië bestond naast middeleeuws Latijn meschita [1094; Corominas] Catalaans metzchida [1143; Corominas]. Het Spaanse woord is ontleend aan Arabisch masjid ‘gebedshuis, godshuis’, behorend bij het werkwoord sajada ‘zich neerwerpen, aanbidden’ met het plaatsaanduidende voorvoegsel ma-. De ontlening heeft wrsch. ten tijde van de eerste kruistochten mede plaatsgevonden via Armeens mzkiṭ en/of Middelgrieks masgídion.
In de oudste Nederlandse attestaties is de invloed van Franse varianten als musquette, mosquette vaak nog duidelijk aanwezig, bijv. in musket [1462; MNHWS], in huere moskiten ‘in hun moskeeën’ [1542; WNT], kercke of musquita [1601; WNT], in de mosquijt geweest [1632; WNT].
Lit.: W. Lodewijx (1598), Historie van Indien, 38

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

moskee [islamitisch bedehuis] {moskea 1542, mosquee 1669} < frans mosquée < spaans mezquita < arabisch masjid [moskee], met het plaatsaanduidend voorvoegsel ma-, afgeleid van het ww. sajada [hij wierp zich terneder (in gebed)].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

moskee znw. v. < fra. mosquée (sedert de 17de eeuw), voor ouder mesquite, muscat, vgl. ital. meschita, moschea, spa. mezquita, port. mesquita > arab. masǧid ‘plaats waar men zich neerwerpt’ van het ww. saǧada ‘zich neerwerpen ter verering’ (Lokotsch nr. 1435).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

moskee s.nw.
Islamitiese tempel.
Uit Ndl. moskee (1542).
Ndl. moskee uit Fr. mosquée uit Sp. mezquita uit Arabies masgid, masjid 'plek waar jy jou neergooi', met lg. 'n afleiding met die plekaanduidende voorv. ma- van die ww. sagada, sajada 'jou êrens neergooi (om te aanbid)'.
Eng. mosque, It. moschea.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

moskee: Moh. bidplek; Ndl. (sedert 16e eeu) moskee, Eng. mosque, Fr. mosquée, It. moschea, Arab. masgid, eint. ma- (lok.) + ww. sagada, “nederwerp” – masagada, “jou êrens nederwerp” (om te aanbid).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

moskee (Frans mosquée)

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Moskee
Overgenomen uit het erg bedorvene Fr. mosquée; beter Ital. meschita, Sp. mezquita, Port. mesquita. Van mesdjid, nomen loci van het werkwoord sadjada, met het voorhoofd, gedurende het gebed en terwijl men zit, den grond aanraken; dus: de plaats, waar men dat doet, gebedenhuis, tempel.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

moskee ‘islamitisch bedehuis’ -> Papiaments moskei, moské ‘islamitisch bedehuis’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

moskee islamitisch bedehuis 1542 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut