Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

moor - (vrucht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

morel zn. ‘kers’
Vnnl. moerel ‘soort kers’ in moerellen in suker [1500-25; Jansen/Van Winter], amorelle ‘donkerrode kers’ [1552; Claes 1994a], amarelle [1562; Toll.], marelle, amarelle [1599; Kil.], morellen ... of swarte criecken [1608; WNT].
Herkomst niet helemaal duidelijk. De oudere vorm amarelle is, wellicht via Duits Amarelle, ontleend aan verouderd Italiaans amarella ‘morel, bitter vruchtje’, afleiding met een verkleiningsachtervoegsel van Latijn amārus ‘bitter’. De vorm morelle is wrsch. ontleend aan Frans morelle ‘morel’, ouder morele ‘morel, donker vruchtje’ [midden 13e eeuw; TLF] < middeleeuws Latijn maurella ‘id.’, afleiding met een verkleiningsachtervoegsel van Morus, Maurus ‘persoon met donkere huidskleur, Moor’, ontleend aan Grieks Maũros ‘inwoner van Mauritanië, Noord-Afrikaan’. Het is ook mogelijk dat de oudere vorm amarelle door afval van de onbeklemtoonde eerste lettergreep werd verkort tot marelle, zoals bij Kiliaan, en dat door associatie met woorden als moor ‘persoon met donkere huidskleur’ en vooral moreel ‘zwart paard’ een variant morelle is ontstaan. Morellen zijn zowel donker van kleur als bitter-zuur van smaak. Moor ‘persoon met donkere huidskleur, inwoner van Noord-Afrika’ bestond al in het Middelnederlands, bijv. in more sijn sward [14e eeuw; MNW]; ontleend via Oudfrans More, Mor ‘id.’ [1176-81; TLF] (Nieuwfrans maure) aan Latijn Mōrus ‘id.’. In het Middelnederlands bestond ook moreel, morreel ‘zwart paard’ [1300-50; MNW], ontleend aan Oudfrans morel ‘id.’ [ca. 1180; TLF] (Nieuwfrans moreau) < vulgair Latijn maurellus, morellus ‘donker als een Moor’, afleiding van Mōrus.
Latijn amārus ‘bitter’ is wrsch. verwant met pgm. *ampra- (< *ambra- < *am-ra-), waaruit: mnl. amper ‘bitter’ [1276-1300; VMNW] (zie ook → amper); ohd. ampfaro ‘zuring’ (nhd. Ampfer, Sauerampfer); oe. ampre ‘id.’; Oudnoords apr ‘scherp; kil’. Verwante woorden buiten het Germaans zijn; Grieks *ampra- ‘zuur’; Sanskrit amlá-, amblá- ‘zuur’; < pie. *h2em- ‘zuur, bitter; rauw’ (IEW 777-778). Verwantschap met Grieks ōmós ‘rauw’ en Armeens hum ‘id.’, uit pie. *h3oHmo-, is minder wrsch. (Schrijver 1991, 43, 77).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut