Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

monkelen - (meesmuilen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

monkelen* [meesmuilen] {monckelen 1599} iteratief van middelnederlands monken [pruilen, grommen]; klanknabootsend gevormd.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

monkelen ww. ‘glimlachen van genoegen of spot’, mnd. munkelen ‘zacht en heimelijk praten’, nhd. munkeln ‘mompelen, fluisteren’, iteratief van mnl. moncken ‘pruilen, grommen’, vroegnhd. muncken ‘brommen’. — Het woord heeft een zelfde karakter van klankwoord als mommelen en mompelen. Vgl. verder ook: mokken.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

monkelen ‘meesmuilen’ -> Duits munkeln ‘fluisteren, smoezelen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

monkelen* meesmuilen 1599 [Kil.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut