Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

moel - (kneedtrog)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

moel [kneedtrog] {moel(d)e, moude 1300-1450} middelnederduits molde, molle, oudhoogduits muolt(e)ra < latijn mulctra, mulctrum, mulgarium [melkemmer], bij mulgēre [melken].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

moel [+]: (dial. v.) “sloot”; hou mntl. verb. m. SNdl. moel, Hd. mulde, albei in bet. “kuil; trog”, herk. onbek.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

moel, mul, moolt (Zuid-Nederlands) ‘baktrog’ (Latijn mulctra)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut