Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

moeite - (inspanning, zorg)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

moeite zn. ‘inspanning, zorg’
Mnl. voor onse moeyte ende koste ‘voor onze inspanning en onkosten’ [1466; MNW-B]; vnnl. moeyte ‘zorg’ dat ic geen moeyte en hadde te ‘dat ik geen moeite had om te’ [1510-30; MNW-P].
Afleiding met het achtervoegsel → -te van het werkwoord → moeien.
Mnd. mōiete, mōite ‘id.’; nfri. muoite.
In combinatie met een werkwoord is dit achtervoegsel in het Nederlands zeldzaam, zie → geboorte. Een oudere afleiding van moeien met dezelfde betekenis is mnl. moeiye. Daarnaast ook mnl. moeyenesse.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

moeite* [last] {moeyte voor 1300} middelnederduits moite, afgeleid van moeien. In de uitdrukking het is de moeite niet [het betekent niet veel] schuilt mogelijk middelnederlands moete [vrije of ledige tijd], hoogduits Muße [idem].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

moeite znw. v., mnl. moeyte ‘last, vermoeidheid, moeite’, mnd. mōiete, mōite, een -iþō afl. van moeien.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

moeite v., een jongere vorming in plaats van Mnl. moeie: z. ’t vor. w.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

meujte (zn.) moeite; Sermoen euver de Weurd (18e eeuw) meuijte, Middelnederlands moeyte <1466>.

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

moeite s.nw.
1. Las, verdriet, ergernis. 2. Inspanning.
Uit Ndl. moeite (al Mnl.), 'n afleiding van die ww. moeien, met lg. van Mnl. moeyen, moyen 'moeite veroorsaak, lastig val, vermoei'. Eerste optekening in vroeë Afr. op 3 Maart 1722 in die aanhaling "met minder kosten en moeijte gedaan" (Resolusies van die Politieke Raad, C.58).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Moe, moede, vermoeien, moeite, van den Idg. wt. mo = zich inspannen, zich afmatten.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

moeite ‘last’ -> Deens møje ‘inspanning’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors møye ‘inspanning’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands moeite, moeijten ‘grote inspanning’; Sranantongo muiti ‘last’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

moeite* last 1276-1300 [MNW]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1529. Het is de moeite niet (meer).

Volgens Verdam, Noord en Zuid XXI, 425, moest dit eig. luiden: het is de moete niet, dat in Amsterdamsche dialecten nog gezegd wordt, en eig. beteekent er is geen tijd of gelegenheid meer voor ietsVgl. mnl. moete; hd. musze, ledige tijd, geschikte gelegenheid; zie Mnl. Wdb. IV, 1822 vlgg.; Schuermans, 385 Huydecoper, Proeve I, 10.. Hiernaast het is de moeite niet als ellips van het is de moeite niet waard (dat men er zich voor inspant). Vgl. Ndl. Wdb. IX, 957; 983; voor Zuid-Nederland De Bo, 704 en Antw. Idiot. 825: het is de moeite niet, fr. cela ne vaut pas la peine. Vgl. het synonieme Het is de pijne niet waard.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut