Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

moeder - (vrouw die een kind heeft)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

moeder zn. ‘vrouw die een kind heeft’
Onl. muoder ‘moeder’ in bin fremithi kindon muodir minro ‘ik ben een vreemde voor de kinderen van mijn moeder’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. moeder in din muoter is uil siec ‘je moeder is erg ziek’ [1201-25; VMNW], ook ‘baarmoeder’ in Den heleghen ieremias. Die in der moeder helech was ‘de heilige Jeremia die in de moederschoot heilig was’ [1285; VMNW] (zie → baarmoeder) en ‘hoofd van een inrichting of huishouding’ zoals in Der moder opten huse tot Stoutenborch ghegheven ‘gegeven aan de moeder van het Huis te Stoutenburg’ [1377-78; MNW].
Os. mōdar (mnd. mōder); ohd. muoter (nhd. Mutter); ofri. mōder (nfri. moer, moar); oe. mōdor (ne. mother); on. móđir (nzw. moder, mor); alle ‘moeder’; < pgm. *mōder-.
Verwant met: Latijn māter (Frans mère); Grieks mḗtēr; Sanskrit mātā́; Avestisch māta; Litouws mótė; Oudkerkslavisch mati (Russisch mat'); Oudiers māthir; Armeens mayr; Tochaars A mācer, Tochaars B mācar; alle ‘moeder’; Albanees motër ‘zuster’; < pie. *méh2ter- ‘moeder’. Dit is een van de algemeen Indo-Europese verwantschapsaanduidingen met het achtervoegsel pie. *-ter-. Op grond van de klemtoon verwacht men geen grammatische wisseling, dus pgm. *mōþer-, zoals ook pgm. *brōþer- ‘broer’ < pie. *bhréh2ter- (zie → broeder). De -d- zal ontstaan zijn naar analogie van *fader- ‘vader’ < pie. *ph2tér- (zie → vader).
Door syncope van de intervocalische -d- komt al sinds het late Middelnederlands de samengetrokken vorm moer ‘schroefmoer, moederdier’ voor, en door verkorting later ook affectieve nevenvormen als moe en moeke. In de standaardtaal is, in tegenstelling tot broer uit → broeder, alleen de vorm moeder blijven bestaan, behalve in enkele zeer afgeleide betekenissen, zoals in moerstaal ‘moedertaal’, → moer 1 ‘ring met schroefdraad’ en in naar zijn moer ‘kapot’ en geen moer ‘niets’, waarvoor zie → mallemoer. In het Fries bestaat een soortgelijke vorm, namelijk moer of moar, dat in afstandelijke zin wordt gebruikt naast normaal ‘mem’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

moeder* [vrouw met kinderen] {oudnederlands muoder 901-1000, middelnederlands moeder} oudsaksisch modar, oudhoogduits muotar, oudfries moder, oudengels modor, oudnoors móðir; buiten het germ. latijn mater, grieks mètèr, oudiers máthir, oudkerkslavisch mati, armeens mayr, oudindisch mātar-.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

moe 1 znw. vleinaam voor moeder.

moeder znw. v., mnl. moeder v., onfrank. muoder, os. mōdar, ohd. muotar (nhd. mutter), ofri. mōder, oe. mōdor (ne. mother), on. mōðir. — oi. mātár-, gr. mētēr, lat. māter, oiers máthir, arm. mair, asl. māti (< 2de nv. matere) ‘moeder’ vgl. alb. motrë, opr. mote ‘zuster’, lit. motė̃ (< 2de nv. moter̃s) ‘echtgenote’, lett. mahte ‘moeder’.

Gewoonlijk verklaard uit een kinderwoord *ma, weinig bevredigend. Het is opmerkelijk, dat lat. mater ook betekent ‘wortelstam, boomstronk’ (vgl. materies ‘bruikbaar hout’ maar eig. ‘vlechtwerk’), vgl. verder kelt. mataris ‘werpspeer’. Evenals lat. liber ‘kind’, eigenlijk ‘de uit de wortelstam ontspruitende twijg’ betekent, zo zou de wortelstam zelf als de ´barende moeder’ kunnen beschouwd zijn. Zo oordeelt J. Trier, Holz 1952, 136-143, een vernuftige, maar wel zeer gewaagde verklaring. — In het got. ontbreekt het woord; hier vinden wij aiþei. — Een taalkaart geeft P. J. Meertens, Taalatlas afl. 5, 6.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

moe I znw. Koseform van moeder.

moeder znw., mnl. moeder v. = onfr. muoder, ohd. muotar (nhd. mutter), os. môdar, ofri. môder, ags. môdor (eng. mother), on. môðir v. “moeder”. Uit den got. bijbel kennen we alleen aiþei v. “moeder” (vgl. het gebruik van atta = “vader”). *Mâter- “moeder” is een alg. idg. woord: ier. mâthir, lat. mâter, gr. mḗtēr, dor. mā́tēr, obg. mati, lett. mâte, arm. mair, oi. mâtár- “moeder”. Lit. motė̃ = “echtgenoote”: mótyna “moeder”; alb. motrɛ = “zuster”. Combinaties hoogerop zijn evenmin als bij broeder, dochter, vader aannemelijk te maken.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

moeder v., Mnl. id., Onfra. muoder, Os. môdar + Ohd. muotar, (Mhd. muoter, Nhd. mutter), Ags. módor (Eng. mother), Ofri. móder, On. módir (Zw. en De. moder), + Skr. mātā, Arm. mair, Gr. mḗtēr, Lat. māter, Oier. máthir, Osl. mati, Lett. mâte, Lit. motė (= huisvrouw): Idg. *mātē′r: ontleding onzeker.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

moojer verouderd, (zn.) moeder; Sermoen euver de Weurd (18e eeuw) moeijer, moor, Nuinederlands muoder <1236>.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

moeder s.nw.
1. Ma. 2. (meer formeel; minder gebruiklik; t.o.v. veetelery) Moer (1moer 1). 3. Bron, oorsprong, die grootste, beste, ens. van 'n bepaalde verskynsel.
Uit Ndl. moeder (Mnl. moeder, moder).

1moer s.nw.
1. (t.o.v. veetelery) Ma van jong diertjies. 2. (geselstaal; ongewoon) Ma.
Uit Ndl. moer, 'n sametrekking van moeder. Reeds by Van Riebeeck (1651 - 1662) in die samestelling moêrpaerden.

2moer s.nw. (minder gebruiklik)
Baarmoeder.
Sametrekking van moeder, 'n verkorting van baarmoeder.

3moer s.nw.
Uitgeloopte aartappel wat geplant word.
Afleiding van moer (1moer), met die gedagte aan 'n moederplant waaruit ander knolle ontwikkel.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

moe’der (de, -s), (ook:) leidster van een kern van de Nationale Partij Suriname. Dan komen we bijeen, één keer per week, en dan praten we over de gang van zaken, over de regering van het land, en dan zegt de voorzitter iets, en dan moet ik als Moeder het eerste mijn mening daarover geven, wat Moeder gezegd heeft, is gezegd. En als het bestuur van de partij iets wil, dan sturen ze een briefje of een boodschap, en dan zorgt Moeder dat alle leden het weten, ze roept ze bij elkaar (A. Resida volgens Van Westerloo & D. 212).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

moeder: – moe/moek(s)/moer (q.v.) –, dim. moe(de)rtjie/moek(s)ie; Ndl. moedermoe/moei(er)/moene/moer/moes, Hd. mutter, Eng. mother, Fr. mère, Lat. māter, Gr. matēr/mêtêr en verder i. d. meeste tale v. d. Idg. groep vorme met -ter (later -ter/-der) wat aansl. by ma (q.v.), hou verb. m. matrone, matrys, meta, ens., vgl. verder moer.

moer: Afr./Ndl. wv. v. moeder; 1. (i.v.m. mense beskou as) plat skelw. (vgl. ook maai III); 2. (gew. i.v.m.) moeder v. diere; 3. dies. wd. as moer a. by skroef, b. by besinksel (bv. v. koffie), c. verpoeierde afkooksel (bv. v. vrugte) en d. saadplant (bv. ertappelmoer, reeds by Men batatas-mutter, vgl. Scho TWK/ NR 7, 2, p. 13) waar Ndl. in lg. geval pootaardappel en Hd. saatkartoffel gebr.; v. verder moeder.

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Zo moeder, zo dochter, de dochter lijkt op haar moeder.

Dit spreekwoord is te vinden in Ezechiël 16:44-45, 'Zo moeder zo dochter, luidt het spreekwoord in de mond van iedereen die je bespotten wil. Je bent echt een dochter van je moeder: ook zij verachtte haar man en haar kinderen, en je bent net als je zusters: ook zij minachtten hun man en kinderen' (NBV). Het is een zeer algemeen voorkomende gedachte, met een parallel in zo vader, zo zoon, en dan ook niet noodzakelijk van bijbelse herkomst. De uitdrukking is al aangetroffen in een van de oudste Nederlandse spreekwoordenverzamelingen, de Proverbia Communia (circa 1495): 'hoe die vader so es die sone hoe moeder so dochter'.

Luthervertaling Visscher (1648-1896), Ezechiël 16:44. Zoo moeder, zoo dochter. (Statenvertaling (1637): Soo de moeder is, is hare dochter. Ook de oudere vertalingen hebben een omslachtiger formulering.)
Ik heb een leuk hulpje denk ik, de dochter van een hulp die ik jaren geleden als jong meisje aan huis had en heel goed beviel. Zo moeder, zo dochter, denk ik maar. (Meppeler Courant, mei 1995)
Dit gedrag hangt niet samen met leeftijd of lichaamsafmetingen, en van een "zo moeder, zo dochter" effect blijkt al helemaal niets. (NRC, feb. 1995)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

moeder (de -- aller x, de -- van alle x) (vert. van Arabisch umm)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

moeder. Vanouds kon men datgene wat men liefhad tot getuige nemen dat men de waarheid sprak. Zo is de eedformule bi die moeder die mie droech tot een krachtterm en uitroep geworden. In het hedendaagse Nederlands ontmoet men ook steeds vaker de verwensingen neuk je moeder! en ga je moeder naaien, neuken!, in de betekenis ‘sodemieter op’. De emotionele betekenis duidt op walging en minachting. Ook komt voor ga je moeder pesten! ‘ga weg, hoepel op’. Sanders en Tempelaars (1998) kennen ook nog ga naar je moeder en pis de kachel uit! en ga je moeder pesten met een kruik jenever! Deze laatste noemen zij typisch voor Rotterdam. → huis, neuken, pijpen, pleuren.

moer. Van Dale kent de vloek loop naar je moer! Moer kan naast ‘moeder’ ook ‘duivel’ betekenen. Varianten zijn loop naar je ouwe moer!; loop naar je vuile moer!; loop naar je kankermoer! en loop naar je ouwe teringmoer! De emotionele betekenis duidt op ergernis, verontwaardiging en andere frustraties en kan goed weergegeven worden met ‘ik ben woedend, ik heb een hekel aan je, loop heen’. Natuurlijk wordt de verwensing versterkt in de samenstellingen. → grootje, oprotten, peet, tante.

N. van der Sijs (1998), Geleend en uitgeleend: Nederlandse woorden in andere talen en andersom, Amsterdam

De moeder aller x

De Golfoorlog van 1990-1991, die het gevolg was van de bezetting van Kuweit door Irak, heeft weinig Arabische sporen in het Nederlands nagelaten. In het Klein Woordenboek van de Golfcrisis uit 1991 van Max Pam staan slechts enkele Arabische woorden, waarvan de meeste al jaren in de Nederlandse naslagwerken voorkomen (emir, hadj, imam, islam, kalief, moefti, moslim, mullah, sjeik), en de andere alweer in de verge­tel­heid zijn geraakt (weet u nog dat hejab, jilbab namen voor sluiers zijn en khamsin, shamalse namen voor bepaalde winden?). Hoppenbrouwers noemt in zijn boek Jongerentaal uit 1991 de uitdrukkingen scud (met peren) als uitroep van ongenoegen, ‘waarschijnlijk eendagsvlieg uit de tijd van de Golfoorlog’ en sortie maken ‘uitgaan; ontstaan in het spoor van de Golfoorlog, waarschijnlijk geen blijver’.

Er is echter één uitzondering: de uitdrukking de moeder aller x of de moeder van alle x. Deze is door de Iraakse leider Saddam Hussein gelanceerd in zijn befaamde uitspraak: ‘De Golf­oorlog is de moeder van alle oorlogen’ (Pam), of: ‘de moeder aller veldslagen’ (nrc Han­delsblad van 1 maart 1991 en 12 april 1991). In 1991 verscheen een boekje getiteld De moeder aller veldslagen. Kroniek van de Golfoorlog.

Max Pam is er niet zeker van of de moeder aller x een versle­ten Arabi­sche uit­drukking is, of een door Saddam Hussein bedachte frase. Na­vraag bij de arabist Roel Otten leverde het volgende op. In de koran wordt reeds enkele malen gesproken over de moeder der, bijvoorbeeld in: de moeder der ste­den (Mekka). In moderne Arabische woordenboeken wordt umm ver­klaard door: ‘moeder, oorsprong, basis, essentie’ en dergelij­ke, met als voorbeelden: de moeders der gebeurtenis­sen ‘de be­langrijkste gebeurtenissen’, de moeders der kwesties ‘de belang­rijkste problemen’, de moeders der deugden ‘de hoofd­deugden’.

De uitdrukking de moeder aller x is onmiddellijk in het Neder­lands overge­no­men en ontdaan van zijn oorlogs­zuchtige con­text. Nu de Golfoorlog al weer meer dan 5 jaar achter ons ligt, wordt de uit­drukking nog steeds gebezigd; het ziet ernaar uit dat het een blij­vertje is! Hieronder volgen voorbeelden uit verschillende kranten uit de periode 1991 tot en met 1997, waarbij tussen haakjes het onderwerp vermeld wordt waarop de uitdruk­king betrekking heeft.

De oorspronkelijke oorlogsmetafoor wordt het meest ge­bruikt in sportieve contekst: de moeder aller zwem­slagen (de school­slag), de moeder aller sporten (atle­tiek), de moeder aller wed­strijden (PSV-Ajax).

Ook in politiek verband wordt de uitdrukking vaak gebe­zigd: de Moeder aller Verdra­gen (EG-verdrag geslo­ten in Maas­tricht), en de moeder aller guerril­la’s (over Joegoslavië). In een recensie van het boek van Pam in nrc Han­delsblad van 19 juni 1993 wordt over de inval van Saddam Hussein ge­zegd: ‘De timing van zijn invasie in Koeweit was, achteraf gezien, de moeder van alle blun­ders.’ De moeder van alle parlementen (het Britse Lagerhuis) is waarschijnlijk een vertaling uit het Engels, waar ‘the mother of Parliaments’ een gevleugelde uitdrukking is. Ze gaat terug op de uitspraak ‘England is the mother of Parliaments’ van de Engelse politicus John Bright in 1865.

Andere terreinen waar we de uitdrukking tegenkomen zijn de muziek, de televisie en het bedrijfsleven. Voorbeelden op het gebied van muziek en televisie zijn: de moeder van alle soulbal­lads (over een bepaalde hit), de moeder aller popfes­tivals (het Ameri­kaanse Monterey Pop Festi­val), ‘Peyton Place, de moeder van alle soaps’, ‘de moeder van alle omroepen in Europa’ (BBC), en ‘King Kong, de moeder aller monsterfilms’. Uit het bedrijfsle­ven komen de moeder van alle priva­ti­serin­gen (privati­se­ring van British Rail) en de moeder aller optie­beurzen (de Chicago Board of Options).

Eigenlijk is er geen terrein meer te bedenken waar de uitdrukking níét voorkomt. In de Volks­krant van 15 mei 1993 wordt over een affi­che voor de United States Lines, een oceaan­sto­mer met drie majestueuze schoor­steenpij­pen, gezegd: ‘Wat Cassandre hier getekend heeft, mogen we toch wel de moeder van alle schoor­stenen noemen.’ Een bepaald merk mayonaise wordt in een huis-aan-huisblad eind 1994 aangeprezen als de moeder van alle sauzen. Verder noemen kranten nog moeder aller prijzenslagen, moeder aller spelshows, moeder aller gemeenten en moeder aller draaimonsters. Een taalkundig tijdschrift uit 1997 noemt het Taaladviesoverleg van de Nederlandse Taalunie ‘een soort moeder van alle taaladviseurs’. Dat de kwalificatie afhangt van het persoonlijke oordeel, blijkt wel uit het feit dat in april 1997 de ene journalist de filosofie ‘de moeder van alle wetenschappen’ noemt, terwijl twee weken later een collega deze aanduiding gebruikt voor de natuurkunde.

De uitdrukking de moeder aller x heeft twee beteke­nissen, die in elkaar overlopen: ze geeft aan dat uit de genoemde zaak alle volgende zijn ontstaan, en het is een plech­tige manier om een overtreffende trap in optima forma uit te druk­ken: de moeder aller veldslagen is de veldslag die als voor­beeld zal dienen voor alle volgende veldslagen (en waarbij alle vorige zullen verbleken), oftewel: de veldslag bij uitstek. Maar de uitdrukkingen moederwoordenboek en moeder der woordenboeken, beide gebezigd voor het omvangrijke Woordenboek der Nederlandsche Taal (wnt) waaraan al bijna 150 jaar gewerkt wordt en dat in 1998 gereedkomt, leggen meer de nadruk op de schat­plich­tig­heid van alle volgende woordenboeken aan het wnt, dus het feit dat het wnt geldt als ‘moederbe­stand’ voor de volgen­de woor­denboe­ken. Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor de uitspraak ‘Dialecten zijn de moeders van alle talen, al denken de meeste mensen dat het precies andersom is’, van Kees Martens, voorzitter van de Zeeuwse Vereniging voor Dialect Onderzoek in Vrij Nederland van 15 maart 1997.

Je zou verwachten dat de uitdrukking alleen wordt toegepast op levenloze of onbe­zielde zaken, zoals in alle bovenstaande voor­beelden. Kareltje, de moeder der poezen doet de wenkbrau­wen optrek­ken, en bij Minou, de moeder der poezen denk je toch vooral aan een wel erg groot uitgevallen nest. Maar ook voor personen wordt de moeder aller x gebruikt: in nrc Han­delsblad van 27 juni 1991 en 2 april 1992 wordt het PvdA-Tweede-Kamerlid Netelenbos de moeder aller moe­ders ge­noemd. Hier zal wel alleen aan de betekenis ‘bij uitstek, in optima forma’ gedacht zijn. In het stuk van 27 juni wordt overigens naar analogie hiervan de VVD-vertegen­woordigster Ginjaar-Maas de grootmoe­der aller grootmoeders genoemd! Een andere politieke figuur die moederlijke beeldspraak oproept is minister Jorritsma; zij werd eind december 1996 op de t.v. ‘de moeder van alle files’ genoemd. Renate Rubinstein heette in nrc Handelsblad van 5 juni 1997 ‘de moeder van alle vrouwelijke columnisten’. En als bewijs dat de uitdrukking niet alleen beperkt is tot het vrouwelijk geslacht: op 8 juli 1994 vermeldt de sportpagina: ‘Vader Pierce, de moeder aller tennis­vaders, kon zich vorig jaar op Roland-Garros in Parijs voor de zoveelste keer niet beheersen. Bij een partij van zijn dochter in de derde ronde kreeg hij op de tribune slaande ruzie met toeschouwers.’

Waarom heeft de uitdrukking de moeder aller x zo’n opgang gemaakt? Ten eerste denk ik dat het gewoon een aansprekende manier is om een overtreffende trap uit te druk­ken, met die plechtige tweede naamval. Het is een modieuze uit­drukking geworden, vaak ironisch of clichématig gebruikt, zoals uit de gegeven voor­beelden blijkt. In dit verband past de uitspraak van de journalist Gaston Durnez in het tijdschrift Nederlands van Nu van februari 1995: ‘In de journalistiek is het cliché de moeder van alle originaliteit, zoals de gemeenplaats de vader is van de gedachte en de taal het kind van de rekening.’

Ten tweede zal meegespeeld hebben dat de uit­druk­king aansloot bij al langer beken­de spreek­woorden zoals: voorzich­tigheid is de moeder der wijsheid (of: van de porse­leinkast) en (uit het Spreekwoorden­boek der Nederland­sche taal van Harre­bomée uit 1861): beleefdheid is de moeder van genegen­heid, de armoede is de moeder van alle kun­sten, de naarstig­heid is de moeder van het geluk, de nacht is de moeder van gedachten, de wantrouw is de moeder der zekerheid, ledig­heid is de moeder van alle kwaad, voorzich­tigheid is de moeder der fijne bier­glazen. In geen van deze voor­beelden wordt echter een over­treffende trap be­doeld; met moeder wordt min of meer de ‘bron’ of ‘oorzaak’ aange­duid.

Ten slotte kennen we uit de Statenvertaling van de bij­bel overtreffende trappen die vergelijkbaar zijn met de moeder aller x, eveneens met een plechtige tweede naam­val, zoals: de Heer der heren, het heilige der heiligen en ijdelheid der ijdelheden. Deze aan het Hebreeuws ontleende overtreffende trap betreft zowel levende wezens als levenloze zaken. Waarschijnlijk moeten we Netelenbos en Ginjaar-Maas, de moeder aller moe­ders respectieve­lijk de grootmoeder aller grootmoeders, dan ook eerder in dit rijtje plaatsen dan bij het arabisme de moeder aller x.

Uit verschillende contexten blijkt overigens dat de aan het Arabisch ontleende overtreffende trap overtreffender is dan die welke aan het Hebreeuws is ontleend. Zo vermeldt nrc Handelsblad in januari 1997: ‘Radio, televisie en kranten blaten in koor over de Tocht der Tochten, ja zelfs over de Moeder Aller Tochten’. Het is een menselijke behoefte een overtreffende trap te vormen van een overtreffende trap: er moet altijd weer méér worden uitgedrukt. Dus moet ook moeder aller x weer overtroffen worden. Hiervoor wordt de uitdrukking grootmoeder aller x gebruikt. Bij het al genoemde grootmoe­der aller grootmoeders voor Ginjaar-Maas kan nog aan een zeker letterlijk gebruik gedacht worden, maar dat geldt niet voor de grootmoeder aller hoeden, die op 20 september 1997 in de krant genoemd wordt als overtreffing van de moeder van alle hoeden, gedragen door koningin Beatrix op Prinsjesdag.

Niet alleen in het Nederlands is de moeder aller x aangeslagen, ook andere talen hebben haar ruimhartig tot zich genomen. Een woordenboek van Arabische woorden in het Engels geeft als voorbeeld de advertentieslogan mother of all pizzas uit 1993.

Uit de vele voorbeelden blijkt dat de uitdrukking zeer populair is. De hausse aan krantenkoppen met moeder aller x was natuurlijk tijdens en direct na de Golfoorlog, maar uit de gegeven voorbeelden blijkt wel dat de uitdrukking hierna een nieuwe opmars is begonnen. Saddam Hussein mag de oorlog dan verloren hebben, hij heeft de taal van een ver land verrijkt met een nieuwe uit­drukking.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

moeder ‘vrouw met kinderen’ -> Deens uitdrukking: der hjælper ingen kæremor ‘daar helpt geen lievemoederen aan’; Menadonees mur (ngana pe mur!) ‘scheldwoord: je moer!’; Negerhollands muder, moeder ‘vrouw met kinderen’; Skepi-Nederlands modə ‘vrouw met kinderen’; Sranantongo mudru ‘hoofd van zang- en dansgezelschap; (verouderd) moeder’.

moesje ‘(kindertaal) moedertje’ -> Menadonees mus ‘moeder’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

Och was ik maar bij moeder thuisgebleven [liedregel] (1961). Zanger Johnny Hoes (1917-2011) heeft in 1961 een hit met het lied: “Och was ik maar bij moeder thuis gebleven / Och was ik maar met jou niet meegegaan / Och had ik naar jouw ogen niet gekeken / Dan had mijn hart nu niet zo’n pijn gedaan.” Het wordt de bestverkochte Nederlandstalige single aller tijden.

Moeders wil is wet [radioprogramma] (1949). Van 1949 tot 1974 zendt de KRO het radioprogramma voor huisvrouwen Moeders wil is wet uit, dat wordt gepresenteerd door Mia Smelt (1914-2008). De titel, die volledig ingeburgerd raakt, is bedacht door tekstschrijver Toon Rammelt (1910-1995). De zegswijze ‘iemands wil is wet’ is in de negentiende eeuw al opgetekend.

moeder van alle … [uitdrukking] (1991). De eerste (zo blijkt later) Golfoorlog van 1990-1991 wordt door de Iraakse leider Saddam Hussein als ‘de moeder van alle oorlogen’ gekarakteriseerd, waarna ‘moeder van alle …’ een gevleugelde uitdrukking wordt. De Nederlandse journalist Max Pam publiceert in hetzelfde jaar het Klein woordenboek van de Golfcrisis. Hierin staan veel gelegenheidssamenstellingen en Engelse leenwoorden, waarvan slechts enkele bekend zijn gebleven, zoals het eufemistische friendly fire, en verder collateral damage en smart bomb.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

moeder* vrouw met kinderen 0901-1000 [WPs]

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

moeder aller..., de oorsprong, essentie of oorzaak van iets; de promotor, de exponent van een bepaalde zaak; de eerste in een reeks. De uitdrukking werd populair in 1991. Saddam Hussein had het toen m.b.t. de Golfoorlog over de moeder aller oorlogen. Er is verondersteld dat we hier te maken hebben met een typisch Arabische frase. Inderdaad wordt in de koran enkele malen gesproken over de moeder der... (bijvoorbeeld: ... steden), maar in het Engels komt deze constructie ook al voor, bij Chaucer en andere klassieke schrijvers.

De moeder aller veldslagen. Kroniek van de Golfoorlog. (Titel van een boek verschenen in 1991 (De Volkskrant)
Het festival-seizoen, de moeder aller rampen, behoort weer tot het verleden. (Oor, 24/09/94)
De moeder van alle Bulletin Boards is een bonte verzameling verwijzingen over de meest uiteenlopende onderwerpen. (Computer thuis in bedrijf, december 1996)
De moeder aller fotobewerkingsprogramma’s is nog altijd PhotoShop. (PCM, januari 1997)
Nog zo’n spel dat de barrières wil doorbreken is ‘Disruptor’, volgens het doosje de moeder van alle shoot ’em ups. (De Morgen, 12/02/97)
Hoog tijd dus voor een film over de moeder aller rampen: de vulkaanuitbarsting. (Nieuwe Revu, 09/04/97)
Als het gaat om strategie en tactiek mag het American Football gerust ‘de moeder aller teamsporten’ genoemd worden. (Elsevier, 24/05/97)
De moeder aller faxprogramma’s, WinFax Pro, is vernieuwd. (Computer! Totaal, juli/augustus 1997)
Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1399. Daar helpt geen lievemoeder(en) aan,

ook: daar helpt geen moedertje lief aan (o.a. Kmz. 263), d.w.z. daar helpt niets aan, geen gevlei noch gesmeek, niets; eig. geen lieve moeder zeggen; mnl. daer ne helpt geen helpe roepen toe. De zegswijze wordt aangetroffen in de Prov. Comm. 301: Daer en es gheen liefmoederen aen, non dic care pater quia non parit neque mater. Zoo ook bij De Brune, 461: t' En baet by hem gheen lieve-moertjen; Sart. I, 5, 30; 't baet geen lieff moeren; II, 8, 14: het en baet lieve Moeder noch lieve Vader; zie ook II, 8, 40; Brederoo, Sp. Brab. 321; Jan v. Gysen I, 129 en Harreb. II, 90 b; III, 297 b; O.K. 183: Er was geen lieve vaderen of moederen aan; Jord. 240; Nkr. IV, 22 Mei p. 2; VI, 28 Sept. p. 4; Ndl. Wdb. VIII, 2144; enz. Vgl. voor de vorming mnl. enen boeven, iemand boef noemen; enen hoeren, iemand voor hoer uitscheldenTijdschrift XIX, 133 en vgl. Besteedster, 18: Of ze verkent (voor varken uitscheldt) of hoert, wisje wasje, dat brand geen gaaten in de kleeren.; hennen, hannen, Hannes, knul zeggen; het 17de-eeuwsche parlesanten (sp. par los santos; Harreb. III, 54 b); sakrementen (Hooft, Ged. II, 397; kassen en kruisen, bij kas en kruis zweren (no. 1282); iemand krukken (voor kruk uitschelden; Rusting, 216); verder foeteren (fr. foutre), sakkeren (fr. sacre); kozijnen (Waasch Idiot. 368); neven (De Bo, 740); nichten (De Bo, 740, Ndl. Wdb. IX, 1931); moederen (Antw. Idiot. 1902; De Bo, 703); pasteren (De Bo, 830); ezelen, voor ezel uitschelden (De Bo, 313); mevrouwen (mevrouw zeggen); meneeren (mijnheer zeggen); lazersteenen (Noord en Zuid XXI, 95); maren, d.i. maar zeggen (o.a. bij Falkl. IV, 132; VII, 210; Nkr. VII, 26 Juli p. 2; Rutten, 139); Taalgids, VIII, 33 vlgg.; 236; Zwolsche Herdr. 12-13, bl. 90; het mhd. schelken, iemand schalk noemen; hd. dutzen, ‘du’ tegen iemand zeggen; lumpen, voor lump uitmaken (no. 1422); fr. tutoyer, iemand met ‘tu’ en ‘toi’ aanspreken; enz.(Aanv.) Ook er helpt geen lieve vadertje of moedertje aan (zie Handelsblad 16 Febr. (O), p. 7 k. 2.

2474. Voorzichtigheid is de moeder der wijsheid (of van de porceleinkast).

Deze spreuk treffen we in de 16de eeuw aan bij Spieghel, 272: Voorzichticheid is de moer van alle wijsheid; zoo ook later in de Klucht v.d. Pasquil-maecker, 18: Je hebt ook sonder twijfel geweten, dat de voorsichtigheyt hier te lant de moeder van alle wijsheyt wort geheten; Paffenr. 200; bij J. Vos, Aran en Titus, bl. 27: Voorzichtigheid is moeder van het gelukBij Tuinman I, 239: De naarstigheid is de moeder van 't geluk.. Later, naar het schijnt eerst in onze eeuw, is de wijsheid vervangen door de porceleinkast of iets dergelijks. Vgl. Harreb. II, 405: Voorzigtigheid is de moeder van de porceleinkast, - der fijne bierglazen; Joos, 193: De voorzichtigheid is de moeder van de wijsheid, - van den porceleinwinkel, - van de glazekens, van den potjeswinkel; verder Antw. Idiot. 1370; Taalgids V, 180; afrik. Versigtigheid is die moeder van wijsheid; Ten Doornk. Koolm. I, 544 a; Wander IV, 1701: Vorsicht is die Mutter der Weisheit, der Tapferkeit, des Porzellanladens; fr. la prudence est la mère de l'assurance.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut