Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

modepop - (vrouw die zich overdreven modieus kleedt)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

modepop s.nw.
1. (neerhalend of skertsend) Vrou wat oormatig modebewus en gesteld op haar voorkoms is. 2. (verouderend) Winkelpop. 3. (verouderend) Model.
In bet. 1 uit Ndl. modepop (1781). Bet. 2 en 3 het in Afr. self ontwikkel. Eerste optekening in Afr. in bet. 2 in Patriotwoordeboek (1902).
D. Modepuppe.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

modepop: overdreven modieus geklede man of vrouw; ijdel persoon. Vgl. etalagepop*.

Betje is, zo als alle meisjes, gaarne wèlgekleed, maar heeft geen de minste aanleg tot coquetteri, of tot de modepop. (Betje Wolff, Historie van Mejuffrouw Cornelia Wildschut, of de Gevolgen der Opvoeding, 1793-1796)
Miel, de Dinaso-man, is getrouwd met een fourrurestikster, een modepop die ik geweigerd heb aan mij te laten voorstellen. (Marcel Matthijs, Een spook op zolder, 1938)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal