Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mistroostig - (neerslachtig)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mistroostig* [neerslachtig] {mistroostich [mistroostig, wanhopig] 1410} afgeleid van middelnederlands mistroost [het opgeven van de hoop], middelnederduits, middelhoogduits missetrōst.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

mistroostig bnw., mnl. mistroostich, afgeleid van mistroost m. ‘wanhoop’, mnd. missetrōst, mistrōst, mhd. missetrōst; daarbij moet men bedenken, dat troost eigenlijk ‘vertrouwen’ betekende en dat dus mistroost ‘het ontbreken van vertrouwen’ is.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

mistroostig bnw., mnl. mistroostich. Afl. van mnl. mistroost m. “wanhoop” = mhd. missetrôst, mnd. mis(se)trôst m. “id.”. Hiervan een ww. mnl. mistroosten, mhd. missetrœsten, mnd. mis(se)trôsten “doen wanhopen”; per conjecturam ook een onfr. deelw. mistrôst “perturbatus”.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

mistroostig* neerslachtig 1410 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut