Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

misdaad - (wandaad)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

misdaad zn. ‘wandaad’
Onl. misdāt in in misdadi mina fan thi ne sint beholona ‘en mijn misdaden zijn voor U niet verborgen’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. misdaet in die missetat salt duo en vergeuen ‘die wandaad moet je hem vergeven’ [1201-25; VMNW], ook ‘boete’, zoals in so sal hi wesen in demesdaet uan sestich ponden ‘dan zal hij een boete schuldig zijn van zestig pond’ [1237; VMNW].
Gevormd met het voorvoegsel → mis- ‘slecht, verkeerd’ bij → daad.
Os. misdād (mnd. misdāt); ohd. missitāt (nhd. Missetat); ofri. misdēde (nfri. misdied); oe. misdǣd (ne. misdeed); got. missadeþs; alle ‘wandaad, misstap’; < pgm. *missadēdi-.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

misdaad* [vergrijp] {oudnederlands misdat 901-1000, middelnederlands misdaet, mesdaet} oudsaksisch misdād, oudhoogduits missitāt, oudfries misdēd, oudengels misdæd, gotisch missadeðs, van mis2 + daad.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

misdaad znw. v. mnl. misdaet, mesdaet, onfrank. misdāt, os. misdād, ohd. missitāt, ofri. misdēd, oe. misdæd, got. missadēds; samenstelling van mis 2 + daad.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

mis- II prefix, reeds oergerm. (voor misschieten e.dgl. vgl. mis III), zooals blijkt uit woorden als ndl. misdaad, mnl. mis-, mesdaet (d) v. = onfr. misdât (d), ohd. missitât (nhd. missetat), os. misdâd (: missi-buri m. “tweedracht”), ofri. misdêd, ags. misdæ̑d, got. missadeds v. “misdaad, zonde”. Ook on. mis- komt voor, evenals in ’t Wgerm. zoowel in verba als nomina. De bet. “verkeerd” gaat terug op “verschillend, afwijkend”: vgl. de got. samenst. missaleiks “verschillend” (zie misselijk); deze bet., die dicht staat bij “wisselend”, maakt de verwantschap met got. misso “wederkeerig” ook semantisch aannemelijk: vgl. voor de bet. oi. mitháḥ “wederkeerig”: míthû, mithuyā́ “verschillend, verkeerd”. Deze woorden zijn ook met mis- verwant: germ. miss- > idg. mit-t- (mith-t-); verdere verwanten zijn: ier. mis-, mith- “mis-”, lat. mûtoik verruil, verander”, gr. (sicilisch) moītos; “dank, vergelding” (uit een italische taal ontleend?), obg. mĭstĭ “wraak”, mitě “alterne”, lett. mëtôt “ruilen”, oi. méthati, mitháti “hij wisselt af, twist, sluit zich aan”. Uit het Germ. nog hierbij: got. maidjan “veranderen, vervalschen”, on. meiða “verminken” (ook anders opgevat), mogelijk ook got. maiþms, os. mêthom, ags. mâðum m. “geschenk, kleinood”, on. meiðm v. “id.”. Voor verwanten hoogerop zie gemeen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

misdaad s.nw.
1. Sedelik slegte daad. 2. Kriminele handeling.
Uit Ndl. misdaad (Mnl. misdaet), 'n samestelling van mis 'mis, verkeerd' en daad 'daad'. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
D. Missetat.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

misdaad en straf (vert. van Russisch prestuplenije i nakazanije)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

misdaad* vergrijp 0901-1000 [WPs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut