Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

mis - (niet raak)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

mis 2 bn. ‘niet raak; onjuist’
Mnl. mes, mis ‘verkeerd’ [si] raemde niet alte mess ‘zij mikte niet slecht’ [1460-80; MNW-R], myss ‘oneven (van getallen)’ [1477; Teuth.]; vnnl. mis ‘niet raak’ in Het schot was mis [1617; iWNT], ‘onjuist’ [1663; iWNT]; nnl. Heb ik het wel al mis ‘heb ik wel helemaal ongelijk?’ [1733; iWNT], 't Is weer mis met hem ‘hij is weer niet in orde’ [1784; iWNT].
Hetzelfde woord als het voorvoegsel → mis- ‘verkeerd’. Later met betekenisuitbreiding ‘niet raak’ onder invloed van het werkwoord → missen.
In de meeste Germaanse talen komt dit bn. nog slechts voor als voorvoegsel. Met een onduidelijk voorvoegsel y- komt het bovendien nog voor in: on. ýmiss ‘verschillend, verscheiden, divers’ (nno. ymis, mv. ymse, nzw. ömse).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

mis2* [niet raak] {mis, mes [mis, verkeerd] 1451-1500} hoort bij het voorvoegsel mis- [verkeerd], middelnederduits mis [verkeerd], oudhoogduits missi [verschillend], gotisch misso [wederkerig]; buiten het germ. latijn mutare [veranderen, ruilen], oudiers [slecht], lets mitēt [veranderen], oudindisch mithas [wederkerig], mithū [verkeerd]; de grondbetekenis is ‘afwisselend’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

mis 3 bnw. bijw., mnl. mis, mes ‘verkeerd, oneven’, mnd. mis ‘mis, verkeerd’, ohd. missi ‘verschillend’, vgl. nog mnd. to misse, on. miss, á miss ‘verkeerd’ en mnl. misse v. ‘misslag, fout, ongeluk’, mnd. misse ‘misdaad’, mhd. misse ‘gebrek’, oe. miss o. ‘verlies’, on. missir m., missa v. ‘schade, verlies’, welke laatste echter een afl. zullen zijn van het ww. mijden. — Zie voor de verdere etym.: mis 2.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

mis III bnw. bijw., mnl. mis, mes “verkeerd, oneven”, ’t Mnl. woord komt zelden en vrij laat voor. Vgl. ohd. missi “verschillend”, mnd. mis “mis, verkeerd”, Teuth. myss “oneven”. Al deze vormen behooren bij mis- II. Of ze onderling identisch zijn, hoe en wanneer ze precies ontstaan zijn, is niet zeker. Ook sluit zich hier nog bij aan een znw. mnl. misse v. “misslag, fout, ongeluk”, mnd. misse v. “misdaad”. Uit te misse in mnl. te misse scieten e.dgl. leidt men wel het betoonde mis- van ndl. misschieten e.dgl. af. Deze verklaring is echter niet zeker. In ieder geval moeten de verba met dit mis- van de oudere categorie met onbetoond prefix wel onderscheiden worden. Zie missen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

mis 4 bijw. en afscheidb. voorv. (niet raak), Mnl. mis + Ohd. missi (z. misselijk). Sommigen verklaren mis in misschieten, misslaan door te misse van mis 3.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Mis (verkeerd, onjuist) is eigenlijk het verl. deelw. op to van het grondw. van mijden (z. d. w.), in de bet. van falen, verkeerd doen (Got. missa, voor mithto); het bet. dus: het verkeerde, vandaar misdaad (in ’t Got. missa-deds = zonde), misprijzen, misrekenen, enz. Het werkw. missen is een denom. – Ook in misbaar (z.n.w.) komt dit mis voor, waarin baar komt van beren = dragen en gedrag bet., in het Mnl. misbare, dat vooral gebruikt werd voor luidruchtigheid, vroeger in edelen zin ook voor: rouwbeklag.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

mis ‘niet raak’ -> Duits dialect mis ‘niet raak, niet gelukt’; Frans dialect fé misse ‘(in sport) nul slagen hebben’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

mis* niet raak 1451-1500 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut