Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

minimum - (laagste waarde, ondergrens)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

minimum zn. ‘laagste waarde, ondergrens’
Nnl. minimum ‘wiskundige of rekenkundige laagste waarde’ in het maximum of het minimum ... zonder voorafgedaane uitreekening [1763; Vad.lett., 110], ‘ondergrens’ in het minimum van levensonderhoud [1827; WNT zinken III], in de vaste verbindingen een minimum aan ‘een gering aantal van, zeer weinig’ in haar doel met een minimum aan ... middelen bereikt [1832; WNT intentioneel] en in een minimum van tijd ‘zeer snel’ [1897; WNT].
Ontleend aan Latijn minimum ‘kleinste ding’, zelfstandig gebruik van het onzijdige ev. van het bn. minimus ‘kleinste’, zie → miniem.
Minimum wordt ook gebruikt als onbepaald telwoord, met de betekenis ‘(vereiste) laagste hoeveelheid aan’, ‘zeer klein’ of ‘minimaal’, bijv. in minima traktementen [1866; WNT Supp. architect], minimum gewigt [1875; WNT rem I], met een minimum inspanning [1886; WNT roeien], minimum dagloon [voor 1909; WNT dagloon], minimum rendement [1956; WNT rendement]. Minimum komt ook voor in allerlei samenstellingen, zoals minimumlijder (ironisch) ‘iemand met een zeer laag loon’ [1888; WNT lijden I], minimumleeftijd ‘minimaal voor iets vereiste leeftijd’ [1906; WNT leeftijd], minimumloon ‘vastgesteld minimaal loon’ [1908; WNT tarief].
Minimum in de vaste verbinding in een minimum van tijd ‘zeer snel’ wordt informeel ook wel verkort tot mum in in een mum van tijd ‘id.’ [1940; WNT Aanv. mum] en in een mum ‘id.’ [1940; WNT Aanv. mum].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

minimum [kleinste waarde] {1805} < latijn minimum, o. van minimus [kleinste], verwant met minor (m., vr.) minus (o.) [kleiner], minuere [kleiner maken] → meiosis.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

minimum (Latijn minimum)
minimum- (Latijn minimum)

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Minimum (Lat. minimus, superl. van parvus = klein). Kleinste waarde.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

minimum ‘kleinste waarde’ -> Indonesisch minimum ‘kleinste waarde’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

minimum kleinste waarde 1805 [MEY] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal