Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

minder - (in kleinere mate); (een kleinere hoeveelheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

minder bw. ‘in kleinere mate’; telw. ‘een kleinere hoeveelheid’
Onl. Minnere ande merre. also an themo himile that gestirne ‘kleinere en grotere, zoals aan de hemel het gesternte’ [1151-1200; Reimbibel]; mnl. minre, mindre (bn.) ‘kleiner’ in si namen mindren borghe ‘zij namen een kleinere borgtocht’ [1237; VMNW], (bw.) ‘in kleinere mate’ in meerre ende minder ‘geheel en al’ [1265-70; VMNW], (onbepaald telw.) ‘een kleinere hoeveelheid’ in mynder pine ‘minder straf’ [1276-1300; VMNW].
Ontstaan met d-epenthese (zoals in → donder) uit mnl. minre.
Os. minniro; ohd. minniro; on. minni; got. minniza ‘minder, kleiner’; < pgm. *minniza- < *minw-izōn ‘kleiner’, de bijvoeglijke comparatief van pgm. *minw- ‘gering’. Daarnaast staat de bijwoordelijke comparatief pgm. *minniz ‘minder’, waaruit: mnl. min (zie → min 3), mnd., ohd., oe. en ofri. min, on. minnr en got. mins. Zie ook → eer 2.
Pgm. *minw- is verwant met: Latijn minus, minor ‘minder, kleiner’, minuere ‘minderen’; Grieks minúthein ‘verminderen’, ameínōn ‘niet minder = beter’, minuōrós ‘van korte duur’; Sanskrit mināti ‘verminderen’; Oudkerkslavisch mĭnje ‘minder’; bij de wortel pie. *minw- ‘minder’, die met ablaut en n-infix, net als pie. *meiw- in Grieks meiōn (Mykeens me-u-jo, me-wi-jo) ‘kleiner, geringer’ behoort bij pie. *mei-/*moi- ‘klein’ (IEW 711).
Als zelfstandig gebruikt bn. betekende minderen ‘militairen zonder rang’. Dit gebruik is opgekomen nadat in 1801 de term gemeen in gemeen soldaat ‘soldaat zonder rang’ werd verboden. Tegenwoordig betekent het ‘ondergeschikten’.
Lit.: Heidermanns 1993, 412

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

minder* [kleiner] {1287} vergrotende trap van min2.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

minder met epenthetische d uit mnl. minre, os. minnera, ohd. minniro (nhd. minder), on. minni (< oern. *minnRi-), got. minniza, met compar. suffix gevormd van min 3.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

min III bijw. onbep. telw. (in min of meer, min gunstig e.dgl., niet te min), mnl. min. = ohd. mnd. ofri. ags. min, got. mins “minder”. Uit germ. *minniz, -az > idg. *minwes, -os. Evenals naast germ. *maiz *maizan- met den superl. *maista- staat (zie meer II), komt. naast *minniz een bnw. *minnizan-, superl. *minnista- voor: got. minniza, minnists, on. minni, min(n)ztr, mnl. minre (nnl. minder), minst (nnl. minst), ohd. minniro (nhd. minder), minnist (nhd. mindest), os. minnera, minnisto, (ofri. minria ww. “minder worden”) “kleiner, kleinst”. Idg. *minwos is ook wsch. de grondvorm van den lat. onz. vorm minus, “kleiner, minder”, waarbij ’t m. v. minor later gevormd is. Idg. mi-nu-, mi-nw- vinden we verder in nier. meanbh “klein”, korn. minow “verkleinen, verminderen”, lat. minuere, umbr. menvum “kleiner maken”, gr. minúthō “ik word, maak kleiner”, oi. minóti “hij vermindert, brengt schade toe”. Ook obg. mĭnijĭ “kleiner, jonger” kan ’t zij klankwettig of door vervorming op een vorm met minw- teruggaan. Minw- is een o.a. als praesensstam gebruikte verlenging van mi-, mei-, waarvan gr. meíōn “kleiner”, oi. mī́yate, mîyáte “hij wordt minder, vergaat”, minā̔ti = *minóti”. Zie nog mijt I.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

minder ‘kleiner’ -> Indonesisch minder ‘inferieur’; Javaans dialect méndher ‘kleiner’; Negerhollands minder ‘kleiner’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

minder* kleiner 1287 [CG NatBl]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut