Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

minaret - (toren bij een moskee)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

minaret zn. ‘toren bij een moskee’
Vnnl. munera ‘minaret’ in welcke torren daer ghenaemt zijn munera ‘welke torens (van moskeeën) daar munera genoemd worden’ [1557; Zeebout], minaret ‘toren bij moskee’ in Aan deze Kerken heeft men verscheide Minarets of Toorns [1698; WNT]; nnl. minaret ‘id.’ in de minaret ... van welke men het volk tot het gebed roept [1791; Vad.lett., 112].
Ontleend, deels wellicht via Frans minaret ‘toren bij een moskee’ [1654; TLF], ouder minerest ‘id.’ [1606; TLF], aan Turks minare(t) ‘id.’, zelf ontleend aan Arabisch manāra(t) ‘plaats waar licht is, vuurtoren, minaret’, afgeleid van nūr ‘licht’. Vergelijk Hebreeuws mənōrā ‘kandelaar’ bij nēr ‘licht, kaars’.
Lit.: A. Zeebout (1557), Tvoyage van Mher Joos van Ghistele, heruitgave door R. Gaspar (1998), Hilversum

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

minaret [toren van een moskee] {1698} < frans minaret < turks menaret, minare [idem] < arabisch manāra [minaret], afgeleid van nār [vuur: oorspronkelijk vuurtoren (als baken)] + het plaatsaanduidend voorvoegsel ma- (vgl. menora).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

minaret: moskeetoring; Ndl. (sedert 17e eeu), Eng. (1682) en Fr. (1762) minaret, Hd. minarett uit Pers. minaret uit Arab. minara(t)/manara, “d. plek waar daar nar, ‘lig, vuur’, is”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

minaret (Frans minaret)

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Minaret
Ronde toren eener moskee, van waar de Muzelmannen, die geene klokken mogen gebruiken, op de bepaalde tijden (vijfmalen daags) door de zoogenaamde moëdzins tot het gebed worden opgeroepen. Het Arab. woord is menâra (منارة), dat afgeleid is van nâr, vuur, of van noer, licht; eigenlijk is het: de plaats, waar vuur of licht is, vuurtoren, die dient om des nachts aan de reizigers of zeevaarders den weg te wijzen, later als toren in algemeenen zin gebruikt. De Perzisch-Turksche uitspraak is menâret.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

minaret ‘toren van een moskee’ -> Papiaments minarèt ‘toren van een moskee’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

minaret toren van een moskee 1698 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut